Bijlagen - Bedrijfsvoering

Verantwoording uitgaven professionalisering

In 2017 hebben we een bedrag van ruim € 9,7 miljoen besteed aan professionalisering, ruim meer dan het verplichte budget van € 8,41 miljoen. De helft van het verplichte budget dient te worden besteed aan het basisrecht in uren. De andere helft is beschikbaar voor out-of-pocketkosten.

Het verplichte budget betreft 6 procent van het getotaliseerd inkomen (de som van de jaarinkomens van alle werknemers van de hogeschool). Het jaarinkomen is het twaalfvoud van het maandsalaris, vermeerderd met de vakantie-uitkering, de structurele eindejaarsuitkering en toelagen waarop een werknemer op grond van de cao-HBO aanspraak heeft. Het gaat hierbij uitsluitend om het jaarinkomen van degenen die onder de werkingssfeer van de cao-HBO vallen. Het getotaliseerd jaarinkomen voor de Hanzehogeschool Groningen bedroeg in 2017 € 140.182.787. De minimale besteding aan professionalisering in het jaar 2017 komt daarmee op € 8.410.967.

De tabel hieronder toont het verplichte minimale budget en onze feitelijke uitgaven aan professionalisering in 2017.

Overzicht budget en uitgaven professionalisering 2017

Overzicht budget en uitgaven professionalisering 2017
Onderdelen professionalisering Kosten
   
Basisrecht € 5.196.173
Aanvullende scholing € 1.824.214
Totaal uitgegeven aan basisrecht plus aanvullende scholing € 7.020.387
   
Volgens cao minimaal te besteden: 3% van het getotaliseerd jaarinkomen € 4.205.483
Overbesteding basisrecht plus aanvullende scholing € 2.814.904
   
Totaal uitgegeven aan out-of-pocketkosten professionalisering € 2.651.833
Volgens cao minimaal te besteden: 3% van het getotaliseerd jaarinkomen € 4.205.483
Onderbesteding out-of-pocketkosten professionalisering € 1.553.650
   
Totale minimale verplichting professionalisering: 6% van het getotaliseerd jaarinkomen € 8.410.967
   
  (totaal basisrecht + aanvullende + out of pocket)
Totale uitgaven professionalisering € 9.672.220
Totaal overbesteding professionalisering € 1.261.253

De besteding van het budget is onderscheiden naar:

  • Basisrecht;
  • Aanvullende scholing;
  • Out-of-pocketkosten: collegegeld, studiemateriaal, reis-en verblijfkosten.

De verschillende posten worden hieronder toegelicht.

 

Basisrecht

Het basisrecht is het recht op een aantal uren scholing waarvoor de medewerker wordt vrijgesteld in de jaartaak. In artikel O-3 van de cao-HBO is de omvang van het professionaliseringsbasisrecht bepaald. We gaan ervan uit dat iedere werknemer zijn basisrecht uitput.

Al onze medewerkers samen hebben een totaal aantal van 116.480 uren basisrecht op scholing. Vermenigvuldigd met de gemiddelde salarislast van € 44,61 per uur, komt dit neer op een uitgave van  € 5.196.173.

De tabel hieronder geeft inzicht in de uitputting van het basisrecht, onderscheiden naar omvang van de betrekking.

Betrekkingsomvang (in fte) < 0,1   0,1 – 0,2   0,2 – 0,3   0,3 -0,4   > 0,4   Totaal
                       
Aantal medewerkers 172   188   159   74   2.730   3.323
                       
Omvang basisrecht per medewerker
in uren
geen   10   20   30   40    
                       
Uren basisrecht totaal     1.880   3.180   2.220   109.200   116.480

Aanvullende scholing

We hebben in 2017 een bedrag van ruim € 2,4 miljoen besteed aan aanvullende scholing.

In de cao staan afspraken over aanvullende professionalisering (zie paragrafen 4.3 en 4.4 van het professionaliseringsplan). Voorwaarde is dat er schriftelijke afspraken worden gemaakt tussen leidinggevende en werknemer.

Aanvullende scholing is er in twee categorieën, te weten:

  1. Aanvullende scholing 75 procent;
  2. Aanvullende scholing 25 procent.

Opleidingen die deel uitmaken van het professionaliseringsplan, worden voor 75 procent van de officiële studielast gefaciliteerd door de werkgever. Onder deze ‘aanvullende scholing’ vallen onder meer:

  • opleidingen gericht op de didactische bekwaamheid van docenten (BDB);
  • mastertrajecten;
  • professionalisering gericht op ondersteunende processen, ondernemerschap, internationalisering;
  • trajecten voor leiderschapsontwikkeling en teamontwikkeling;
  • promotietrajecten.

Als een medewerker een opleiding wil volgen die uitgaat boven zijn basisrecht en geen onderdeel uitmaakt van het professionaliseringsplan, kan die opleiding voor 25 procent van de officiële studielast worden gefaciliteerd.

In 2017 werden er geen studiebelastingsuren geregistreerd op hogeschoolniveau. Daarom zijn over dat jaar de uitgaven voor deelname aan een aantal belangrijke scholingen die deel uitmaken van het Professionaliseringsplan, meegenomen in deze verantwoording.

De sterkst vertegenwoordigde scholingen zijn in 2017 mastertrajecten, scholingen gericht op het vergroten van didactische bekwaamheden van docenten (PDB/BDB) en de basiskwalificatie Examinering (BKE).

In onderstaande tabel is te zien hoeveel uren de medewerkers aan deze scholingen hebben besteed en wat de daarmee gemoeide salarislasten zijn. Deze salarislasten worden voor 75 procent ten laste gebracht aan het professionaliseringsbudget.

Aanvullende scholing 75 procent in 2017

Aanvullende scholing 75 procent in 2017
  Totaal uren Gemiddelde salarislast Totale kosten
       
Masters 26.763 € 44,61 € 1.193.912
PDB/BDB 15.000 € 44,61 € 669.150
BKE 6.175 € 44,61 € 275.467
Onderzoeksvaardigheden   0 € 44,61 € 0
Klaar voor de Start        525 € 44,61 € 23.420
Adviesvaardigheden   1.520  € 44,61 € 67.807
Lesgeven in Honoursprogramma’s      1.820 € 44,61 € 81.190
Internationalisering en interculturalisering      2.000 € 44,61 € 89.220
Leidinggeven 720 € 44,61 € 32.119
Totaal     € 2.432.285

Out-of-pocketkosten

We hebben in 2017 een bedrag van € 2,65 miljoen besteed aan out-of-pocketkosten voor professionalisering. Dit is € 1,56 miljoen minder dan het minimale budget voor deze post van € 4,21 miljoen voor 2017.

De onderbesteding heeft voor een belangrijk deel te maken met de verdubbeling (per 2015) van het subsidiebedrag voor studieverlofuren uit de Lerarenbeurs van DUO. Ook hebben veel docenten gekozen voor een bekostigde masteropleiding. Het subsidiebedrag voor studiekosten uit de Lerarenbeurs van DUO is voor een bekostigde masteropleiding (wettelijk collegegeldbedrag € 2.006) kostendekkend. De docent hoeft dan, mits er geen studievertraging optreedt, voor studiekosten vaak geen beroep te doen op het opleidingsfonds van de Hanzehogeschool.

De uitgaven zijn in onderstaand overzicht bijeengebracht en worden daaronder toegelicht.

Uitgaven out-of-pocketkosten

Uitgaven out-of-pocketkosten
Kalenderjaar 2017 Totaal   Professionalisering
       
Out of pocket uitgaven      
       
Uitgaven scholing     € 1.460.087
Masterscholing     € 117.069
Management Development programma € 143.788 90% € 129.409
Mediatheek € 181.896 50% € 90.948
Reis- en verblijfkosten € 3.417.279 25% € 854.320
       
Totaal out of pocket     € 2.651.833
       
Getotaliseerd jaarinkomen 2017 € 140.182.787 3% € 4.205.483

Scholing

De post scholing betreft alle uitgaven die zijn geboekt onder de activiteitencodes **002 (Scholing) en **003 (POB). Daaraan toegevoegd zijn de uitgaven die betrekking hebben op coaching van medewerkers en teams die ten laste van andere activiteitencodes waren geboekt. Ook zijn de kosten van deelname aan congressen die niet onder de noemer scholingskosten waren geboekt, voor zover herkenbaar, onder deze post opgenomen. Meegeteld zijn verder de lidmaatschapskosten van beroepsverenigingen en uitgaven die betrekking hebben op BHV-scholing.

Masterscholing

Onder masterscholing vallen de out-of-pocketkosten van de masterscholingstrajecten die worden gefinancierd uit ons Opleidingsfonds. Onder dit kopje vallen ook de out-of-pocketkosten van de masterscholingstrajecten van teamleiders.

Sociaal Beleid

Zo nu en dan worden er scholingsafspraken gemaakt waarvan de inzetlasten worden betaald uit het budget Sociaal Beleid. Deze kosten zijn in het overzicht weergegeven onder het kopje ‘sociaal beleid’.

Focus op Ambitie

Onze hogeschool heeft afspraken met de bonden over de besteding van het budget voor decentrale arbeidsvoorwaarden. Hiervoor is een percentage van de loonkosten beschikbaar. Uit deze middelen financieren we een aantal activiteiten van het programma Focus op Ambitie. Deze activiteiten kunnen over het algemeen ook als scholingsactiviteiten worden aangemerkt. Volgens eerder gemaakte afspraken worden de uitgaven in het kader van Focus op Ambitie niet meegenomen. De uitgaven die ten laste van dit budget zijn verantwoord, zijn daarom hier voor 0 procent meegenomen.

Management Development programma

Het stafbureau Personeel & Organisatie boekt uitgaven voor ontwikkeling van het management. Deze uitgaven bestaan uit scholingskosten van deans en stafdirecteuren en kosten van hogeschoolbrede managementbijeenkomsten. Aangezien ook het College van Bestuur deelnemer is aan dit Management Development programma, worden deze uitgaven hier voor 90 procent meegenomen.

Mediatheek

De schools en stafbureaus boeken de kosten van aanschaf van boeken en abonnementen op tijdschriften. Deze uitgaven tellen voor 50 procent mee in de scholingskosten. De uitgaven die betrekking hebben op de collectievorming van de (centrale) Mediatheek, zijn niet meegenomen in de cijfers.

Reis- en verblijfkosten

Reis- en verblijfkosten worden soms wel, soms niet ten laste van een scholingsactiviteit geboekt. De overige reis- en verblijfkosten hebben soms betrekking op alleen onderwijsactiviteiten, soms ook op professionaliseringsactiviteiten. De reis- en verblijfkosten zijn hier voor 25 procent meegenomen.