Bedrijfsvoering

Bestuur

Goed bestuur is de basis voor een gezonde bedrijfsvoering. Daarbij hechten wij veel waarde aan medezeggenschap.

Good governance

De governancestructuur is in 2017 niet gewijzigd. Het College van Bestuur onderschrijft de Branchecode goed bestuur hogescholen en heeft de uitwerking daarvan vastgelegd in verschillende bestuurlijke regelingen.

Medezeggenschap

De Hogeschoolmedezeggenschapsraad (HMR) stemde in 2017 in met de begroting en het studentenstatuut. Er was regelmatig overleg met het College van Bestuur over de managementrapportages en diverse beleidsdocumenten.

Strategisch beleid

De HMR heeft in 2017 verschillende gesprekken gevoerd met het College van Bestuur over het strategisch beleid voor de periode 2016-2020. Voorstellen van de raad zijn in het strategisch beleidsplan Vernieuwen in Verbinding verwerkt. Het is een uitdaging nader vorm te geven aan bijvoorbeeld de intentie om eigenaarschap van onderwijs bij de docent-onderzoekers te beleggen. Dit vraagt faciliterend leiderschap en vertrouwen in de professionals en hun professionaliteit. Bovendien vergt dit veranderingen van onderwijsteams. Momenteel worden hiertoe verschillende pilots uitgevoerd. De raad ziet de resultaten van deze pilots en de pilots rond werkdrukvermindering tegemoet.

Medezeggenschapsverkiezingen

In 2017 zijn verkiezingen gehouden voor de personeels- en studentgeledingen van de HMR en de medezeggenschapsraden van de schools en de Dienstenraad. Het opkomstpercentage bij de verkiezing van de studentleden voor de HMR was hoger dan ooit: 26,5 procent. Landelijk is dit het hoogste percentage voor verkiezingen van studenten in een medezeggenschapsraad in het hbo. De hoge opkomst was mede te danken aan een actieve campagne van de studentenfracties en de inspanningen van de verkiezingscommissie. Het opkomstpercentage bij het personeel was 35 procent, wat iets lager was dan in 2015. Opnieuw waren er te weinig kandidaten voor de dienstenraad. Hier is nog geen structurele oplossing voor gevonden.

Wet Versterking Bestuurskracht Onderwijsinstellingen

De Wet Versterking Bestuurskracht Onderwijsinstellingen is in het parlement besproken en met diverse amendementen in beide kamers aangenomen. Deze wet heeft de nodige consequenties voor medezeggenschap binnen de hogeschool. De positie van zowel de opleidingscommissie als de medezeggenschapsraad wordt versterkt. De raad is nog met het college in gesprek hoe dit binnen onze hogeschool vorm moet krijgen.

In- en extern overleg

De HMR had verschillende keren contact met de Raad van Toezicht en de centrale medezeggenschapsraden van de andere noordelijke hogescholen. De raad participeert in de landelijke vereniging van medezeggenschapsraden van hogescholen. De raad had ook in 2017 overleg met de bedrijfsarts.

Het dagelijks bestuur van de HMR heeft structureel overleg met de voorzitters van de decentrale medezeggenschapsraden. Het doel van deze bijeenkomsten is elkaar informeren over de stand van zaken binnen de hogeschool en de rol van de medezeggenschapsraden daarbij. In 2017 heeft dit overleg drie keer plaatsgevonden.

Overleg vakorganisaties

Het Overleg Vakorganisaties (OVO) is het overleg tussen het College van Bestuur en de vakorganisaties. Hierin wordt gesproken over zaken die betrekking hebben op de rechtspositie van het personeel van onze hogeschool. Een vertegenwoordiging van de HMR woont de vergaderingen van het OVO als toehoorder bij.

Zie bijlagen Bestuur & organisatie

- overzicht van HMR-leden

Klachten en beroepszaken

In 2017 kwamen 319 beroepszaken of bezwaarschriften binnen bij het College van Beroep voor Studenten. In 2016 waren dat er 310.

De Commissie van Advies voor Beroep- en Bezwaarschriften voor het personeel kreeg in 2017 één verzoek voorgelegd. Dit heeft geleid tot een advies van de commissie. In 2016 had de commissie twee verzoeken ontvangen.

Bij de Klachtencommissie Ongewenste Omgangsvormen is in 2017 één klacht binnengekomen. Ook in 2016 was er één klacht.

De Commissie Klokkenluidersregeling kreeg in 2017 geen melding binnen. In 2016 is er ook geen klacht  binnengekomen.

In 2017 zijn er 44 overige klachten binnengekomen bij het Bureau Klachten en Geschillen. In 2016 waren dat 25.

Bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs zijn in 2017 naar aanleiding van uitspraken van het College van Beroep voor Studenten vier personen in beroep gegaan. In 2016 was dit één persoon.

Klachten en Beroepszaken

Klachten en Beroepszaken
  2017 2016
College voor Beroep van Studenten 319 310
Commissie van Advies voor Beroep- en Bezwaarschriften 1 2
Klachtencommissie Ongewenste Omgangsvormen 1 1
Commissie Klokkenluidersregeling - -
Overige Klachten 44 25
College van Beroep voor het Hoger Onderwijs 4 1

Tabel 6.1: Klachten en Beroepszaken

Bescherming persoonsgegevens

Vanaf 25 mei 2018 moeten we als hogeschool voldoen aan de eisen in de Algemene Verordering Gegevensbescherming. Dat biedt tegelijk een kans om in de onderwijs- en bedrijfsvoeringssystemen de risico’s te beperken, de effectiviteit van getroffen maatregelen en standaarden te overwegen, en mogelijke verbeteringen te implementeren.

Het beeld per 1 januari 2018 is dat we nog veel werk moeten verzetten om tijdig de registraties voor onderwijs, onderzoek en bedrijfsvoering gedocumenteerd te hebben. In 2017 zijn we doorgegaan met het bijscholen van Contactpersonen Verantwoorde Informatiehuishouding van alle afdelingen, om te voldoen aan de documentatieplicht van verwerkingen van persoonsgegevens binnen de schools en staven. De campagne om het bewustzijn van de risico’s te vergroten en een veilige omgang met informatie te bevorderen, richt zich op alle informatie en ict-gebruik, en is een continu proces. Het onderwerp informatieveiligheid zal blijvend onder de aandacht worden gebracht. Informatiebeveiliging en privacy zijn ook ingebed in de risicoanalyses die opgesteld worden in het kader van Integrale Veiligheid.

Belangrijke externe ontwikkelingen

De aardbevingen die door de gaswinning worden veroorzaakt, bereikten in 2014 de stad Groningen en daarmee ook onze hogeschool. Ons standpunt is dat veiligheid altijd op de eerste plaats komt. We doen er alles aan om de veiligheid voor onze studenten en medewerkers te garanderen.

Aardbevingsbestendige gebouwen

Sinds 2014 onderhandelen we met de NAM, onder meer over de (ver)bouw van de gebouwen rondom de Van OlstToren aan het Zernikeplein 7. De voorbereidingen hiervoor werden eind 2014 stilgelegd om te bekijken of het toenmalige ontwerp aardbevingsbestendig was. Al snel bleek dat er op tal van punten aanpassingen nodig waren. Eind 2017 hebben we over de financiële consequenties hiervan met de NAM overeenstemming bereikt. Dat betekent dat we in het voorjaar van 2018 met de (ver)bouw kunnen starten, vier jaar na de geplande datum.

Ook hebben we overeenstemming bereikt met de Nationaal Coördinator Groningen over het instellen van een nader onderzoek naar de aardbevingsbestendigheid van de meest risicovolle panden van onze hogeschool.

Financieel beleid

Voor een gezonde financiële positie werkt onze hogeschool met een planning-en-controlcyclus per studiejaar. Deze cyclus is beleidsmatig opgezet. Alle ondersteunende processen zijn hierop ingericht en worden vanuit deze gedachte bestuurd.

Dankzij deze cyclus kunnen de onderwijsprocessen en de ondersteunende processen elkaar goed ondersteunen. De cyclus geeft voldoende bouwstenen voor de interne beheersing. Dit, aangevuld met goede financiële managementinformatie, zorgt ervoor dat onze financiële positie gezond blijft.

Financiële positie

Tegelijkertijd met de invoering van het leenstelsel, is door de minister het beroep gedaan op de onderwijsinstellingen om, vooruitlopend op de later vrijkomende middelen, alvast te starten met aanvullende investeringen in onderwijs en onderzoek. De Hanzehogeschool heeft hieraan gehoor gegeven, wat zich vertaalt in de begroting die een bewust tekort laat zien. In de continuïteitsparagraaf is in meer detail weergegeven hoe deze investeringen invloed hebben op de financiële positie van de Hanzehogeschool.

Ons resultaat over 2017 was 3,3 miljoen euro negatief. Het resultaat is daarmee € 3 miljoen positiever dan de begroting, die een tekort van € 6,3 miljoen voorzag. Er zijn enkele belangrijke afwijkingen ten opzichte van de begroting. Er is voor € 9,4 miljoen aan extra baten gerealiseerd, waarbij de Rijksbijdragen € 1,8 miljoen hoger waren dan begroot. De ontvangen collegegelden zijn per saldo € 2,2 miljoen hoger en de ontvangen subsidies € 4,1 miljoen. De personele lasten zijn ten opzichte van de begroting met € 5,8 miljoen overschreden als gevolg van een toename van de pensioenlasten en extra inhuur van derden. Het aantal medewerkers is gestegen van gemiddeld 2.213 in 2016 naar gemiddeld 2.268 in 2017.

Tenslotte is een belangrijke oorzaak dat we sturen op studiejaren en niet op kalenderjaren. De begroting voor 2017 is een technische uitwerking op basis van de studiejaarbegrotingen 2016/2017 en 2017/2018.

Als gevolg van bovenstaand resultaat over 2017 zijn de financiële kengetallen over 2017 gewijzigd. De solvabiliteit (inclusief voorzieningen) bedraagt per 31 december 2017 40% ten opzichte van 2016 47%. De solvabiliteit blijft daarmee boven de signaleringsgrens van OCW van 30%.  De liquiditeit is per balansdatum ultimo 2017 gestegen van 37% naar 77%. Belangrijkste oorzaak hiervan is het afsluiten van een nieuwe lening in december 2017. In de jaarrekening wordt verder ingegaan op de cijfers ten opzichte van de begroting 2017.

Financiële risico’s

De Hanzehogeschool Groningen maakt gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de organisatie blootstelt aan markt-, rente-, kasstroom-, krediet- en liquiditeitsrisico. Om deze risico’s te beheersen heeft de organisatie een beleid inclusief een stelsel van limieten en procedures opgesteld om de risico’s van onvoorspelbare ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten en daarmee de financiële prestaties van de organisatie te beperken.

De organisatie zet geen afgeleide financiële instrumenten in om risico’s te beheersen en maakt geen gebruik van derivaten.

De vorderingen uit hoofde van debiteuren zijn getoetst op inbaarheid en voor zover nodig geacht voorzien.  Voor de kredietrisico’s inzake de overige vorderingen is geen voorzien opgenomen.

Het renterisico is beperkt tot eventuele veranderingen in de marktwaarde van opgenomen en uitgegeven leningen. Bij deze leningen is sprake van een vast rentepercentage over de gehele looptijd. De leningen worden aangehouden tot het einde van de looptijd. De organisatie heeft derhalve als beleid om geen afgeleide financiële instrumenten te gebruiken om (tussentijdse) rentefluctuaties te beheersen.

De organisatie loopt geen significante liquiditeits- en kasstroomrisico’s.

Treasury

Ons treasurybeleid is vastgelegd in het Treasurystatuut. De doelstelling van het treasurybeleid is het borgen van de financiële continuïteit van de hogeschool en het minimaliseren van de financieringskosten, met behoud van onze financiële autonomie.

Ons treasurybeleid heeft de volgende uitgangspunten:

  • We hanteren een zodanige solvabiliteitsratio dat de toegang tot de kapitaalmarkt gewaarborgd is.
  • We houden een zodanige omvang van de liquide middelen en de kredietruimte aan dat we steeds aan onze kortetermijn-verplichtingen kunnen voldoen.
  • Om de financiële continuïteit te waarborgen, moeten de financiële risico’s beheerst worden. Op het gebied van treasury gaat het om rente-, krediet- en valutarisico’s.

De treasury is als volgt georganiseerd:

  • Het College van Bestuur stelt het treasurybeleid vast en voert het uit.
  • Het Treasurycomité adviseert over de hoofdlijnen van treasurybeleid en het vaststellen van kaders.
  • De Raad van Toezicht houdt toezicht op het treasurybeleid en autoriseert uitzonderingen.

De verdere treasuryfunctie is binnen het stafbureau Financieel Economische Zaken ondergebracht.

Vanaf 2005 hebben we leningen afgesloten bij het ministerie van Financiën, het zogenaamde schatkistbankieren. Het doel is uiteindelijk zo efficiënt mogelijk te lenen, zodat er weinig overtollige liquiditeiten aanwezig zijn. Hierdoor blijven de rentekosten zo laag mogelijk.

In november 2017 is de Hanzehogeschool bij het Ministerie van Financiën een aanvullende financiering overeengekomen van M€ 43,5 in de vorm van een langlopende lineaire lening met een looptijd tot 2034. De lening is bestemd ter financiering van voorgenomen bouwwerkzaamheden. De eerste tranche van M€ 25 is in december 2017 verstrekt. Door het aangaan van de aanvullende financiering per ultimo 2017, zijn de financieringslasten nog in lijn met 2016. De rentebaten zijn over 2017 cf voorgaand jaar door een lage voorraad van liquide middelen en een blijvend lage rentevergoeding op de uitstaande tegoeden. Gedurende 2017 hadden we geen beleggingen uitstaan. Het beleid voor beleggen en belenen is vastgelegd in het Treasurystatuut en wordt door het Treasurycomité gevolgd.

In 2017 is het Treasurycomité meerdere malen bij elkaar geweest om de liquiditeit van de hogeschool te bespreken.


Huisvesting

In 2017 zijn we gestart met het opstellen van een nieuw strategisch huisvestingsplan, waarbij we de kernwaarden ‘ontmoeten’ en ‘kennisdelen’ blijven vasthouden. De noodzaak voor een nieuw strategisch huisvestingsplan is ontstaan doordat we zien dat de eerder verwachte krimp van studentenaantallen op een later moment inzet. Daarnaast wordt er in het onderwijs meer ingezet op praktijkgericht onderzoek. Dit tezamen vraagt een andere benadering van de kwaliteit en de benodigde kwantiteit van onze huisvesting. Het nieuwe plan anticipeert op het in 2017 vastgestelde strategisch plan Vernieuwen in Verbinding.

Verbouw/nieuwbouw Zernikeplein 7

In januari 2017 is het Voorlopig Ontwerp voor de verbouw/nieuwbouw van Zernikeplein 7 vastgesteld. Dit ontwerp vormde de basis voor de verdere ontwikkeling naar het Definitief Ontwerp. Het uitgangspunt is steeds hetzelfde gebleven: een flexibel en duurzaam gebouw. Wel zijn enkele keuzes gemaakt in afwijking van de oorspronkelijke scope. Zo is er meer ingezet op duurzame energie, om tegemoet te komen aan de wens om al onze gebouwen op de Zernike Campus in 2025 van duurzame energie te voorzien. Daarnaast is duidelijk geworden dat niet alle ambities inzake de Foodplaza gehonoreerd kunnen worden. In 2017 zijn de gesprekken met de NAM voortgezet, met als uiteindelijke resultaat een nagenoeg volledig gehonoreerde schadeclaim.

Wiebenga

Eind 2017 is de verbouw/nieuwbouw van het Wiebenga (Petrus Driessenstraat 3) nagenoeg afgerond. De nieuwbouw op het voormalig binnenplein is in de loop van 2017 in gebruik genomen. In het oorspronkelijke gebouw is een nieuw klimaatsysteem geïnstalleerd. Verder is de Wiebengazaal in oude luister hersteld en is er speciaal dubbel glas geplaatst vanwege het monumentale karakter van het pand. Afrondend wordt het buitenterrein opnieuw ingericht.

Prins Claus Conservatorium

In het najaar van 2017 is de verbouw van het Prins Claus Conservatorium (Meeuwerderweg 1) afgerond. Het conservatorium heeft een ingrijpende verbouwing ondergaan. Door de toevoeging van twee voormalige cafés is een toekomst- en aardbevingsbestendig pand ontstaan, met een vloeroppervlak van bijna 2.000 m2. In het gebouw is een jazzclub opgenomen, waardoor ook het stadspubliek meer bij het conservatorium betrokken kan worden. Verder is een verbinding gemaakt met het naastgelegen cultuurcentrum De Oosterpoort.

EnTranCe

De ontwikkelingen in en rond de energieproeftuin EnTranCe (Zernikelaan 17) hebben geleid tot een uitbreiding van het daarin gevestigde Zernike Advanced Processing Lab (ZAP 2). Ook is BuildinG is opgeleverd: een testhal voor aardbevingsbestendige en innovatieve bouw.

Energy Academy Europe

In 2017 is verder ingezet op het gebruik van de onderwijsruimtes in het gebouw Energy Academy Europe (Nijenborgh 6), dat eigendom is van de Rijksuniversiteit Groningen.

Zernike Campus

In 2017 is het Definitief Ontwerp voor de herinrichting van de Zernikelaan afgerond. De nieuwe inrichting sluit aan bij het karakter en de omstandigheden van de Zernike Campus: een groene campus, met aandacht voor de vele kruisende verkeerstromen. In het ontwerp is rekening gehouden met ruim 25.000 fietsbewegingen per dag, vele voetgangers en een hoge frequentie van het openbaar vervoer. Rondom de nieuwe Zernikelaan zullen meer bomen en groen het landschappelijke karakter van de Zernike Campus versterken.

Studieplekken Groninger Museum

In 2017 is een pilot gestart met studieplekken in het Groninger Museum. De studieplekken worden door studenten gebruikt gedurende de tentamenperiodes.

Informatievoorziening en informatisering

Aan de hand van de iStrategie 2016-2020 hebben we de projectportfolio Informatievoorziening voor 2017 ingevuld en uitgevoerd. We vernieuwen onze informatievoorziening op het gebied van onderwijs, onderzoek en bedrijfsvoering vanuit een integraal plan van aanpak: Hanze Innovate. Dit plan maakt voor ieder ICT-project duidelijk waarom we het doen, hoe en wanneer we het doen en wat het beoogde resultaat voor de gebruikers is.

Informatiebeveiliging en privacy

Begin 2016 is nieuw beleid voor informatiebeveiliging en privacy vastgesteld voor de periode 2016-2020. Om dit beleid te implementeren, zijn we in 2017 gestart met de inventarisatie en risico analyses van gegevensregistraties, communicatie en bewustwording. Dit willen we mei 2018 voor ingang van de nieuwe wet Algemene Gegevens Verordening afronden.

Activerend onderwijs en studiesucces

Voor het domein Onderwijs helpen we docenten met activerend onderwijs en studiesucces. Hierin richten we ons op de digitale vaardigheden van docenten, de inzet van digitale tools in de lessen en het leerproces van de student. De lessen worden interactiever, met gebruik van online lesmateriaal, gedifferentieerd naar kennis en kunde van de student. We zetten learning analytics in om de voortgang en effecten te meten. In acht opleidingen met verschillende applicaties zijn experimenten gedaan met digitaal inleveren, nakijken en beoordelen. Met het Digitaal Toets Centrum helpen we de docenten om de summatieve toetsen digitaal af te nemen en na te kijken.

Pure

De invoering van het nieuwe systeem Pure voor onderzoeksinformatie en subsidiemanagement is in 2017 afgerond. Dit betekent een eerste stap in het digitaliseren en standaardiseren van de onderzoeksprocessen en een betere profilering van onderzoekers en lectoraten.

Digitaliseren processen

De bedrijfsvoeringsprocessen zijn verder gedigitaliseerd met de implementatie van Employee en Management Self Service en CRM. Vanwege de eisen uit de Selectielijst Hogescholen, zijn we in de diverse applicaties begonnen met het implementeren van archiverings- en vernietigingseisen van documenten.

Nieuw netwerk

De vernieuwing van het ICT-netwerk is eind 2017 bijna afgerond. Het netwerk is robuuster gemaakt, onder andere door belangrijke onderdelen te verdubbelen. Daardoor is de impact van netwerkstoringen sterk verminderd.

Begroting 2017/2018

We werken met een planning-en-controlcyclus op studiejaar en daarmee ook met een begroting op studiejaar. Sinds 2012 is er geen verplichting meer om met een kalenderjaarbegroting te werken. In dit jaarverslag geven we daarom een overzicht van de begroting over het studiejaar 2017/2018.

We kiezen ervoor om extra te investeren in onderwijs- en onderzoekskwaliteit. We realiseren een stijging van het totale budget voor schools en het budget per student. Deze investeringen maken we mogelijk door € 1,6 miljoen uit de opgebouwde en € 1,4 miljoen uit de bestemde reserves in te zetten. Daardoor kent deze begroting een tekort van € 3,0 miljoen. Het eigen vermogen van de Hanzehogeschool neemt daardoor af. De ontwikkeling van de solvabiliteit van de HG laat een daling zien, maar blijft ruimschoots boven de norm van 30%.

Het jaar 2017/2018 is het derde jaar waarin we met een tekortbegroting werken. Hiermee komen we ook tegemoet aan de wens van de minister van OCW om, vooruitlopend op gelden vanuit het sociaal leenstelsel, extra te investeren in onderwijs en onderzoek. Vanaf 2018 zullen we extra geld vanuit het sociaal leenstelsel ontvangen, waardoor we op termijn ook weer met een sluitende exploitatiebegroting kunnen werken.

Een belangrijk deel van de investering in onderwijs en onderzoek gaat naar IT-gebonden onderwijskosten. Studenten verlangen op ICT-gebied moderne middelen. Een onderdeel daarvan is blended learning waarin didactiek, ICT en faciliteiten dichter bij elkaar komen. Investeringen in IT zijn dan ook een integraal onderdeel van de innovatie van ons onderwijs en onderzoek en een voorwaarde om de komende jaren onze goede positie in het onderwijsveld te behouden.

Verder wordt in 2017/2018 geïnvesteerd in huisvesting, zoals vastgelegd in het Strategisch Huisvestingsplan. De bouwprojecten van het Prins Claus Conservatorium en het Wiebenga zijn afgerond in 2017. De voorbereidingen voor de nieuw- en verbouw van het Zernikeplein 7 zijn in volle gang, de verwachting is dat in het voorjaar van 2018 een start gemaakt wordt met de bouwwerkzaamheden.

Vergelijking met begroting vorig jaar

De HG besteedt in 2017/2018 € 8,3 miljoen meer dan in 2016/2017. We zetten deze middelen als volgt in:

  • we verhogen de budgetten voor schools met € 5,6 miljoen. Het budget per student stijgt daardoor met 1,8%. Ook compenseren we daarmee de verwachte loonstijging vanuit de cao grotendeels;
  • we reserveren € 2,0 miljoen voor het nieuwe strategische fonds, voor het realiseren van strategisch beleid;
  • we verhogen de budgetten voor staven en HG-Algemeen met € 1,8 miljoen, deels voor looncompensatie en deels voor dekking van autonome stijgingen (onder andere afschrijvingen van gebouwen door uitvoering van het strategisch huisvestingsplan en afschrijvingen van IT-investeringen);
  • we verlagen de CSBR met € 1,2 miljoen voor financiering van lopende projecten. Voor nieuwe strategische projecten is het nieuwe strategische fonds bestemd.

Overzicht verantwoording bestuurskosten en declaraties CvB-leden

Overzicht verantwoording bestuurskosten en declaraties CvB-leden
  CvB gezamenlijk H.J. Pijlman P. van der Wijk L.J.M. Verhofstad Totaal
Overige kosten 5.549 1.167 195 195 7.107
Reis- en verblijfkosten binnenland - 1.404 1.039 1.094 3.537
Reis- en verblijfkosten buitenland 6.570 1.950 3.407 8.008 19.935
Representatiekosten 11.233 904 - 162 12.299
Totaal 23.353 5.425 4.641 9.459 42.878

Toelichting:

De verantwoording opgesteld conform Handreiking bestuurskosten declaraties 2016, welke vanuit de Vereniging Hogescholen is opgesteld en aan de minister van OCW aangeboden. Medio december 2016 heeft de minister de handreiking akkoord bevonden. Voor de Hanzehogeschool betekent de nieuwe regelgeving dat, naast de verantwoording van deze declaraties conform de "enge" definitie tm 2015, vanaf 2016 tevens de kosten via de creditcard alsmede de facturen die door de Hanzehogeschool zijn betaald worden verantwoord.  

De vermeldde bedragen hebben betrekking op declaraties ingediend gedurende het kalenderjaar 2017 danwel facturen die rechtstreeks door de Stichting Hanzehogeschoo aan een leverancier van goederen of diensten zijn vergoed en de uitgaven die via een creditcard lopen.

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen bestuurskosten en organisatiekosten. Bij bestuurskosten gaat het om de kosten die direct aan de uitoefening van de bestuurstaak door de bestuurders gebonden zijn. Organisatiekosten omvatten alle kosten die voortvloeien uit de reguliere bedrijfsvoering van de organisatie. Indien kosten door twee of drie bestuurders gezamelijk worden gemaakt worden deze in de kolom "CvB gezamelijk" verantwoord. Daar waar de betreffende kosten betrekking hebben op meerdere personen/afdelingen, wordt enkel het college-deel verantwoord.                                         

Continuïteit

In deze paragraaf geven wij weer hoe de hogeschool omgaat met de financiële gevolgen van het gevoerde en te voeren beleid. Daarmee geven wij ook inzicht in het verwachte exploitatieresultaat in de komende jaren en de ontwikkeling van onze vermogenspositie.

Kengetallen 2017 2018 2019 2020 2021 2022
Studentenaantallen (bekostigd)            
-        Eerste instroom 7.790 7.977 7.554 7.521 7.434 7.258
-        Ingeschreven studenten 29.087 30.115 30.317 30.415 30.458 30.089
Personele bezetting (fte)            
-        Management/ directie 29 30 30 30 30 30
-        Onderwijzend personeel 1.509 1.562 1.573 1.578 1.580 1.561
-        Overige medewerkers 764 791 796 799 800 790

Tabel 6.2: Verwachte kengetallen studenten en personele bezetting, 2017-2022

Studentenaantallen
Eind 2017 hebben we onze prognose voor de studentenaantallen bepaald. We verwachten dat de bekostigde instroom in 2018 verder zal stijgen tot circa 7.200 studenten. Voor de langere termijn gaan we uit van een daling van de instroom tot rond de 6.600 in 2022. Daarbij hebben we rekening gehouden met de CBS-prognose dat de bevolkingsomvang (met name in de categorie 15- tot 25-jarigen) in Noord-Nederland gaat dalen. Verder gaan we uit van een gelijkblijvend marktaandeel. De afname van de instroom zal leiden tot een lager totaal aantal studenten. We verwachten dat dit cijfer zich de komende jaren beweegt rond de 30.000. Daarbij houden we rekening met de trends met betrekking tot uitval en diplomering. We hebben geen rekening gehouden met effecten van landelijke ontwikkelingen op het gebied van studiefinanciering (bijvoorbeeld de halvering van collegegeld voor eerstejaars studenten hoger onderwijs), begrotingsbeleid en dergelijke.

Personele bezetting
De kengetallen van de personele bezetting van 2017 zijn gerealiseerde waarden. Op basis van de meerjarenontwikkeling van de personele lasten hebben we een inschatting gemaakt van het personele verloop in de jaren daarna.

Meerjarenbegroting

Meerjarenbegroting
Balans (in k€) 2017 2018 2019 2020 2021 2022
Activa            
Vaste Activa            
Immateriële vaste activa 4.162 4.161 3.710 3.357 3.131 3.009
Materiële vaste activa 128.515 127.663 136.358 138.017 145.455 143.336
Financiële activa 338 281 224 167 110 53
  133.015 132.105 140.292 141.541 148.696 146.398
Vlottende activa            
Voorraden 387 390 390 390 390 390
Onderhanden werk - - - - - -
Vorderingen 9.202 6.301 6.301 6.301 6.301 6.301
Liquide middelen 36.424 45.196 52.657 41.680 36.573 36.796
  46.013 51.887 59.347 48.371 43.264 43.486
Totaal Activa 179.028 183.992 199.640 189.912 191.960 189.885
             
Passiva            
Eigen vermogen            
Eigenvermogen (publiek) 61.364 62.064 65.308 68.189 72.332 72.633
Eigenvermogen (privaat) 4.360 4.460 4.560 4.660 4.910 5.160
  65.724 66.524 69.868 72.849 77.242 77.793
Vreemd vermogen            
Voorzieningen 5.699 6.099 6.499 6.499 6.499 6.449
Langlopende schulden 48.000 55.000 53.647 50.743 47.840 44.937
Onderhanden werk 3.889 - - - - -
Kortlopende schulden 55.715 56.370 69.626 59.821 60.380 60.657
  113.303 117.469 129.772 117.063 114.719 112.093
Totaal Passiva 179.028 183.993 199.640 189.912 191.960 189.885

De komende jaren investeren we fors in materiële vaste activa. In de periode 2018-2022 geven we circa 75 miljoen euro uit aan huisvesting. Dit is exclusief de extra investeringen als gevolg van het aardbevingsbestendig maken van gebouwen, waarvoor we een vergoeding van de NAM ontvangen. Door de toenemende digitalisering van onderwijs en onderzoek zullen we in de periode 2018-2022 ook circa 30 miljoen euro investeren in inventaris, apparatuur en software. Het gaat daarbij zowel om vervanging als om uitbreiding.

In de periode 2018-2022 neemt het eigen vermogen licht toe. In totaal begroten we over deze periode een overschot van 12 miljoen euro. Onze solvabiliteit, de verhouding tussen het eigen en totaal vermogen, stijgt hiermee van 0,35 naar 0,42. Hiermee blijven we boven de ‘hbo-minimumnorm’ van 0,30.

Ook het privaat vermogen neemt licht toe als gevolg van verwachte groei van winst op contractactiviteiten. Met het programma HanzePro zetten we de komende jaren in op het vergroten van ons aanbod van onderwijs voor werkenden, zowel in de vorm van contractactiviteit als deeltijdonderwijs.

Het niveau van de voorzieningen neemt naar verwachting nog toe, met name als gevolg van de invoering van de regeling duurzame inzetbaarheid.

Onder de langlopende schulden zijn de langlopende leningen bij het ministerie van Financiën opgenomen. Dit betreft de twee lopende leningen van respectievelijk 10 en 13 miljoen euro, die in december 2020 en december 2025 moeten worden afgelost, en de in 2017 nieuw verstrekte lening van 44 miljoen euro ten behoeve van de investeringen in huisvesting. Deze laatste lening wordt in gedeelten opgenomen, de eerste tranche in 2017, en met ingang van 2020 lineair in 15 jaar afgelost.

Staat van baten en lasten (in K€) 2017 2018 2019 2020 2021 2022
Baten            
Rijksbijdrage OCW 178.732 189.638 197.303 198.861 205.328 207.170
Collegegelden 55.712 55.370 56.229 56.697 57.214 57.241
Werk voor derden 4.963 4.963 4.963 4.963 4.963 4.963
Overige baten 18.719 18.719 18.719 18.719 18.719 18.719
  258.126 268.689 277.213 279.240 286.224 288.092
Personele lasten            
Lonen en salarissen 178.573 180.748 185.075 187.393 193.463 198.225
Overige personele lasten 20.967 25.392 25.607 25.444 25.785 26.054
  199.540 206.140 210.682 212.837 219.247 224.279
Materiële lasten            
Afschrijvingen 16.736 16.551 18.039 18.200 18.182 19.230
Huisvestingslasten 16.137 16.012 15.962 15.962 15.612 15.262
Inventaris, apparatuur en leermiddelen 7.524 7.474 7.424 7.374 7.324 7.324
Administratie- en beheerslasten 12.919 12.919 12.919 12.919 12.919 12.919
Overige lasten 8.613 8.793 8.842 8.968 8.547 8.527
  61.929 61.749 63.186 63.423 62.584 63.262
             
Exploitatieresultaat ‑3.343 800 3.344 2.981 4.393 551

In de afgelopen jaren hebben we extra geld ingezet om te investeren in de kwaliteit van onderwijs en onderzoek. In de afgelopen jaren heeft dit tot exploitatietekorten geleid. Met behulp van de extra middelen die vanaf 2018 vrijkomen als gevolg van de invoering van het studievoorschot, werken we vanaf dan weer met een sluitende exploitatie.

Bij de baten is de verwachte ontwikkeling van de rijksbijdrage OCW gebaseerd op de nu bekende ontwikkelingen van studentenaantallen en macro-ontwikkelingen van het beschikbare budget voor het hoger onderwijs. De hoogte van de post collegegelden is gebaseerd op de geprognosticeerde ontwikkeling van de studentenaantallen.

Qua lasten hebben we bij de personele lasten, de huisvestingslasten en de overige lasten rekening gehouden met de extra kosten gerelateerd aan de extra investeringen in kwaliteit en deskundigheid van het personeel, de extra exploitatielasten die betrekking hebben op het strategisch huisvestingsplan en de investeringen in IT-projecten.

Risicobeheersing
Risicoanalyse is belangrijk bij het versterken van de interne sturing en beheersing. Het bestuur bewaakt de risico’s op bestuurlijk niveau. Besloten is om vanaf 2017 de gestructureerde risicoaanpak meer aan te laten sluiten bij de planning-en-control cyclus. Het College van Bestuur bespreekt vervolgens met de Audit Commissie de effecten van de maatregelen op de relevante risico’s, zoals aardbevingen. Het College van Bestuur heeft besloten bij de risicobeheersing de tweede lijn te versterken en de pilot van de derde lijn (Interne Audit Dienst) voorlopig niet verder door te zetten. De adviesrol die wordt toegedicht aan een Interne Audit Dienst is opgenomen in het takenpakket van de tweede lijn.

Aardbevingsbestendigheid
In de balans van eind 2017 is ons vastgoed opgenomen voor een boekwaarde van 83 miljoen euro. We gaan er vanuit dat alle vormen van schade als gevolg van de aardbevingen vergoed worden door de NAM: dit is een continu onderwerp van gesprek met betrokken partijen, waaronder de NAM. In de waardering van het vastgoed per 31 december 2017 hebben we geen rekening gehouden met een impairment vanwege aardbevingsschade. Dit is nu niet aan de orde.

Risico’s
De aardbevingen hebben de volgende risico’s voor de waardering van ons vastgoed en de toekomstige bedrijfsvoering.

Vastgoed
•    Risico op afnemende leegwaarde doordat het sentiment over de bewoonbaarheid van de omgeving verandert (waardeschade). Dit is in aanvulling op de demografische ontwikkelingen in de regio.
•    Risico van directe fysieke schade aan het vastgoed (herstelschade).
•    Risico van verplichtingen tot het versterken van het vastgoed om deze aardbevingsbestendig te maken, in lijn met de Nederlandse Praktijkrichtlijn voor aardbevingsbestendig bouwen (versterkingsschade).
•    Risico van hogere bouwkosten voor nieuwbouwprojecten, zonder dat hier extra baten tegenover staan (bouwschade).

Bedrijfsvoering
•    Risico van extra kosten door verhoogde aandacht of extra te leveren inspanningen voor de exploitatie van het vastgoed en/of in de contacten met huurders, belanghebbenden, overheid en projectontwikkeling;
•    Risico van aansprakelijkheid bij persoonlijke ongelukken als gevolg van aardbevingsschade.
•    Risico van kosten om schade te beperken of voor noodvoorzieningen.
•    Risico van extra financieringskosten doordat we de kosten van reparaties of van schadebeperking moeten betalen voordat we de vergoeding hiervoor ontvangen.

Wij voeren continu fysieke inspecties uit om mogelijke schades aan ons vastgoed te inventariseren. In principe worden herstel- en versterkingsschades direct door de NAM afgehandeld. Dit zou voor ons niet tot verdere kosten en uitgaande kasstromen moeten leiden. We hebben verder beoordeeld of we financieel in staat zijn om de gevolgen van de aardbevingsschade op te vangen, ervan uitgaande dat we eerst kosten moeten maken als gevolg van schadeherstel en -beperking en extra kosten in de bedrijfsvoering, voordat we de vergoedingen ontvangen. Naar de mening van het bestuur, met de kennis per balansdatum, is er geen aanleiding om te veronderstellen dat we hier niet toe in staat zijn. Een mogelijk lagere waardering van het vastgoed heeft geen direct effect op de leningsvoorwaarden en leidt niet tot directe opeisbaarheid van de financiering. We schatten dit risico voor de continuïteit op dit moment als laag in.

Helderheid

In het kader van de notitie Helderheid en de aanvulling daarop zijn een aantal extra gegevens opgenomen in dit jaarverslag. We onderschrijven onze verantwoordelijkheden zoals beschreven in de notitie.

Hieronder gaan we kort in op de negen thema’s die in de notitie helderheid voorkomen. Een deel hiervan is elders in dit jaarverslag al besproken. Voor de volledigheid gaan we hier op alle negen thema’s in:

  • Thema 1: Uitbesteding
  • Thema 2: Investeren van publieke middelen in private activiteiten
  • Thema 3: Het verlenen van vrijstellingen
  • Thema 4: Bekostiging van buitenlandse studenten
  • Thema 5: Collegegeld niet betaald door student zelf
  • Thema 6: Studenten volgen modules van opleidingen
  • Thema 7: De student volgt een andere opleiding dan waarvoor hij is ingeschreven
  • Thema 8: Bekostiging van maatwerktrajecten
  • Thema 9: Bekostiging van het kunstonderwijs

Uitbesteding

Binnen het initieel onderwijs worden alle opleidingen door ons zelf of onder onze verantwoordelijkheid verzorgd. Op diverse fronten werken we samen met andere hogescholen, universiteiten en organisaties, maar daarbij is geen sprake van uitbesteding.

Investering in private activiteiten

De rijksbijdrage van het ministerie van OCW en het collegegeld van de studenten wordt besteed aan het onderwijs en de ondersteunende activiteiten. Daarnaast is er sprake van een ‘derde geldstroom’. Deze bestaat uit de financiële bijdragen van bedrijven, instellingen en cursisten voor contractonderzoek en -onderwijs. We vinden het belangrijk om deze contractactiviteiten aan te bieden, zodat we als kennisinstituut nauwe relaties kunnen onderhouden met het werk- en beroepenveld. Het bevordert de kennisuitwisseling en innovatie en daarmee de kwaliteit van het onderwijs.

Sinds 2012 voeren we contractactiviteiten uit onder de naam Hanzehogeschool Groningen Professionals en Bedrijven. Binnen de financiële vastlegging hebben we de scheiding tussen publiek en privaat voldoende gewaarborgd. De derde geldstroom is de financieringsbron van de contractactiviteiten waarbij deze activiteiten kostenneutraal moeten worden uitgevoerd. Het totaalresultaat van de private activiteiten over 2017 is met 0,6 miljoen positief. Per saldo is het private deel van het eigen vermogen per eind 2017 4,4 miljoen euro positief. Binnen de contractactiviteiten hebben gedurende 2017 geen investeringen plaatsgevonden.

We hebben een budget voor sponsoring en aanverwante activiteiten, zoals bijdragen aan jubilea en giften aan instanties en goede doelen. Daarmee ondersteunen we regionale en maatschappelijke activiteiten, evenals activiteiten waaraan we zelf deelnemen. In 2017 hebben we circa 150.000 euro besteed, onder andere aan de Stichting Keiweek (29.000 euro), het Confucius Instituut (30.000 euro) en het Peter de Grote Festival (25.000 euro).

Het verlenen van vrijstellingen

In de Onderwijs- en examenregeling hebben we beschreven hoe een student de examencommissie kan verzoeken vrijstelling te verlenen voor het afleggen van een toets. Dat kan op grond van een toets die de student buiten onze opleiding met goed gevolg heeft afgelegd of op grond van kennis, inzicht en vaardigheden die de student buiten de opleiding heeft opgedaan. De examencommissie doet hiernaar een objectief onderzoek en stelt hiervan een verslag op. De examencommissie registreert de vrijstellingen die zij verleent.

Bekostiging van buitenlandse studenten

Dit onderwerp is bij ons niet van toepassing.

Collegegeld niet betaald door student zelf

In 2017 volgden 15 van onze medewerkers met een vast dienstverband een bekostigde opleiding binnen de eigen organisatie.

Conform de regelingen van het Profileringsfonds (WHW art 7.51), kunnen studenten die als gevolg van persoonlijke problemen studievertraging hebben opgelopen, bij het bestuur van het Profileringsfonds een aanvraag indienen voor een financiële vergoeding.

Studenten volgen modules van opleidingen

Onze hogeschool neemt deel aan Kies op Maat. Dit is een samenwerkingsplatform van hbo- en wo-instellingen dat studenten de mogelijkheid biedt om delen van hun opleiding bij een andere instelling te volgen. Voor de studenten zijn hieraan geen extra kosten verbonden. Zij nemen hieraan deel op basis van een Bewijs Betaald Collegegeld. De instellingen verrekenen onderling de kosten van deelname op basis van een vastgestelde prijs per EC. Het gaat hier als het ware om uitbesteed onderwijs; de student rondt de opleiding bij de eigen instelling af.

De student volgt een andere opleiding dan waarvoor hij is ingeschreven

Dit onderwerp is bij ons niet van toepassing.

Maatwerktrajecten

Als kennisinstelling worden wij door organisaties ingeschakeld om hun medewerkers verder op te leiden of bij te scholen. In de afgelopen jaren hebben we met een aantal organisaties overeenkomsten afgesloten. Hun medewerkers worden als student ingeschreven, al dan niet met extra faciliteiten. De werkgever voldoet het collegegeld. Met het UMCG hebben we een overeenkomst gesloten over het aanbieden van de opleidingen hbo-V3 en 4. Hieraan nemen in 2017/2018 in totaal 37 studenten deel.

Bekostiging van het kunstonderwijs

Voor het sectorplan Kunsten is op landelijk niveau onderzoek gedaan naar de bekostiging van kunstvakopleidingen. De landelijke afspraken worden zo veel mogelijk intern gevolgd en vertaald naar de budgetten van de kunstvakopleidingen binnen de Hanzehogeschool Groningen.

Personeel

Aan het eind van 2017 hadden we 3.323 medewerkers in dienst, die gezamenlijk 2.299 arbeidsplaatsen (fte) bezetten.

Formatie

Personeelsaantallen

Het aantal personeelsleden is in het verslagjaar met 43 gestegen. Het aantal fte is in 2017 met 47 toegenomen. De grotere toename in fte dan in personeelsleden is te verklaren door tijdelijke uitbreidingen.

20 medewerkers (5,3 fte) zijn ingezet voor de sportvoorzieningen voor studenten en personeel van de Rijksuniversiteit Groningen en onze hogeschool. Deze medewerkers zijn formeel in dienst van de hogeschool.

Personeel

Personeel
Personeel 2017   % 2016 2015
Totaal aantal medewerkers 3.323   3.280 3.131
         
Mannen 1.429 43% 1.409 1.345
Vrouwen 1.894 57% 1.871 1.786
         
Totaal aantal arbeidsplaatsen (fte) 2.299   2.252 2.187
         
Leeftijdsopbouw        
24 jaar en jonger 160 5% 180 161
25 t/m 34 jaar 439 13% 460 443
35 t/m 44 jaar 780 23% 750 736
45 t/m 54 jaar 1.032 31% 1.022 983
55 t/m 64 jaar 846 25% 822 777
65 jaar en ouder 66 2% 46 31

Tabel 6.3: Kengetallen personeel, 2015-2017

Vaste en tijdelijke formatie

Eind 2017 was 79 procent van de arbeidsplaatsen vast en 21 procent tijdelijk. Daarmee is de tijdelijke formatie ten opzichte van vorig jaar gestegen (eind 2016 was dit 15 procent).

In- en uitstroom

We hebben in het verslagjaar 704 medewerkers in dienst genomen. De instroom komt daarmee op 21 procent. Daar staat tegenover dat 677 medewerkers uit dienst zijn getreden. De uitstroom bedraagt daarmee 20 procent. Tabel 6.4 laat zien om welke redenen het dienstverband is beëindigd.

Reden einde dienstverband 2017   2016
  Aantal % Aantal
Einde contract 565 83% 553
Op eigen verzoek 58 9% 85
(keuze-)Pensioen 34 5% 25
Wederzijds goedvinden 14 2% 10
Overleden 2 0% 4
Initiatief werkgever 0 0% 0
Blijvende arbeidsongeschiktheid 3 0% 3
Overig 1 0% 0
Tijdens proeftijd 0 0% 0
Eindtotaal 677 100% 680

Tabel 6.4: Reden einde dienstverband, 2017

Diversiteit

Het percentage vrouwelijke werknemers is gelijk gebleven ten opzichte van vorig jaar (57 procent). Bij 15 van de in totaal 25 organisatieonderdelen zijn vrouwen in de meerderheid. Er zijn 97 vrouwelijke medewerkers in leidinggevende functies op het niveau van schaal 13 en hoger. Het percentage vrouwen in leidinggevende posities is daarmee 58 procent, dit is een daling ten opzichte van de 61 procent van vorig jaar.

Recruitment

Gepubliceerde vacatures

In 2017 hebben we in totaal 151 vacatures gepubliceerd, met een totale maximale omvang van 144,80 fte. Van deze vacatures zijn 69 intern gepubliceerd. 18 van deze vacatures zijn ná de interne ronde ook extern gepubliceerd (via Hanze.nl-publiek, Noorderlink.nl en Werkenbijhogescholen.nl). 100 vacatures zijn direct extern gepubliceerd, waarbij onze medewerkers hun voorrangspositie behielden.

Vervulde vacatures

In 2017 zijn in totaal 132 vacatures vervuld. 46 van deze vacatures zijn intern vervuld, 86 extern.

Benoemde sollicitanten

In 2017 zijn in totaal 163 sollicitanten benoemd op onze vacatures. Het ging om 49 interne sollicitanten (in loondienst van de Hanzehogeschool), 18 semi-externe sollicitanten (werkzaam bij een Noorderlink-organisatie) en 96 externe sollicitanten.

Wervingskanalen

In 2017 hebben in totaal 2.490 sollicitanten online gereageerd op een vacature bij de Hanzehogeschool. Daarvan zagen 764 sollicitanten (31%) de vacature als eerste op Hanze.nl (ingelogd en publiek). 734 sollicitanten (30%) zagen de vacature als eerste op de website van Noorderlink. De overige 430 sollicitanten hebben de vacature voor het eerst gezien via een ander wervingskanaal (17%), waaronder Indeed.

Professionalisering

Professionaliseringsplan

Lag in het professionaliseringplan 2014-2016 de nadruk op individuele ontwikkeling, nu richten we ons meer op de ontwikkeling van en in teams. Dit is beschreven in de beleidsnotitie Doorgaande professionalisering van teams bij de Hanzehogeschool (2016).

In de afgelopen jaren is veel energie gestoken in de basiskwalificatie van docenten op de onderdelen Basis-kwalificatie examineren, Basis-didactische bekwaamheid, onderzoeksvaardigheden én mastertrajecten. In de meeste schools is met aanvang van het studiejaar 2018/2019 deze basis op orde. Daardoor is er minder tijd en energie nodig voor scholing op bovenstaande onderwerpen. Dit betekent natuurlijk niet dat de professionalisering van docenten stopt. Binnen een lerende organisatie die onze hogeschool wil zijn, is leren een vanzelfsprekend onderdeel binnen elk organisatieonderdeel. De lerende cultuur is een gezamenlijk gedachtengoed van ‘betekenis geven’.

Het nieuwe strategisch plan Vernieuwen in Verbinding, en de daarvan afgeleide strategische plannen voor de schools, hebben richting gegeven aan de ontwikkeling en doorgaande professionalisering van docenten. Er is nu meer focus op (team)leren en ontwikkelen binnen de doelen die gebaseerd zijn op de vervlechting van onderwijs, onderzoek en ondernemerschap.

De handreiking Doorgaande professionalisering richt zich op docenten, maar is ook richtinggevend voor leidinggevenden en OBP-medewerkers.

Intern opleidingsaanbod

Hanze PL Academy bundelt en presenteert voor medewerkers het complete aanbod aan cursussen, trainingen, workshops en ontwikkeltrajecten.

In 2017 is een organisatiestructuur ontwikkeld voor de Hanze PL Academy die uitgaat van thema’s, doelgroepen en leerlijnen.

Verder hebben we een richtinggevende notitie geschreven voor leiderschapsontwikkeling binnen onze hogeschool.

We hebben besloten te stoppen met de centrale financiering van masterscholing van docenten, omdat de doelstellingen op dit punt zijn behaald.

In het voorjaar van 2017 hebben we een richtinggevende notitie geschreven over Onboarding, het inwerkprogramma voor nieuwe medewerkers. Ook hebben we een uitvoeringsdocument gemaakt waarin de doelgroepen zijn geïdentificeerd.

Professionaliseringsactiviteiten

Alle medewerkers

Kijkopjeloopbaandag

In 2017 hebben we opnieuw deelgenomen aan de jaarlijkse Kijkopjeloopbaandag, georganiseerd door Noorderlink. Deze dag is bedoeld voor professionals die zich willen verdiepen in hun loopbaanontwikkeling. Het thema dit jaar was: De toekomst van jouw werk. Van onze hogeschool hebben 19 medewerkers meegedaan.

Project Buiten

In 2017 zijn we aangehaakt bij het platform Project Buiten. Op dit online platform kunnen professionals een uitdagend project of een meeloopstage vinden bij de eigen of een andere deelnemende hogeschool. De bedoeling hiervan is professionals mogelijkheden en kansen te geven hun talenten te onderzoeken en verder te ontwikkelen. Op onze website is hiertoe een portal opengesteld waar uitdagende, tijdelijke projecten (betaald) en stages (onbetaald) worden aangeboden, zowel op onze hogeschool als op de andere hogescholen. Via een aankondiging op de nieuwspagina zijn al onze medewerkers hierop attent gemaakt. Op dit moment bieden we vier stages aan, een uitbreiding van dit aantal is in ontwikkeling.

Eindevaluatie Profileer mij (pilot carrière check)

Tot 1 augustus 2017 hebben 24 deelnemers een carrièrecheck gedaan in de pilot Profileer mij. Dit instrument heeft het zelfinzicht van de deelnemers verhoogd, heeft geholpen bij het formuleren van ontwikkeldoelen en heeft een zeer grote bijdrage geleverd aan het gericht zoeken en vinden van een andere functie of andere taken binnen de eigen functie (jobcrafting). Doel van de pilot was het ondersteunen van de mobilityboards. Op basis van de eindevaluatie wordt de pilot niet gecontinueerd. Wel heeft de pilot geleid tot een nieuwe training Let your talent grow, die binnen de Hanze PL Academy wordt aangeboden.

Cambridge English

In 2017 hebben 50 medewerkers de cursus Cambridge English gedaan.

Kwalitatieve analyse

Zeven medewerkers hebben in 2017 deelgenomen aan de scholing Kwalitatieve analyse.

Onderwijsgevenden

Basiskwalificatie

In 2017 hebben 50 docenten de training Basis-didactische bekwaamheid gedaan. 243 docenten hebben de training Basis-kwalificatie examineren (BKE) afgerond. Dit is het laatste jaar dat wij deze training hebben gefaciliteerd. Sinds 1 augustus 2017 is de BKE extern belegd.

Klaar voor de start

Klaar voor de start is het introductieprogramma voor startende docenten, dat wij tweemaal per jaar aanbieden. In februari 2017 waren er 23 deelnemers, in september 2017 waren dat er twaalf.

Masterscholing docenten (opleidingsfonds)

Voor docenten wordt vanuit het Hanzehogeschool Groningen Opleidingsfonds sinds schooljaar 2008/2009 budget beschikbaar gesteld voor het volgen van een masteropleiding. Hier komt na schooljaar 2017/2018 een einde aan. In schooljaar 2016/2017 is de laatste groep docenten gestart met een masteropleiding die (deels) wordt gefaciliteerd vanuit het opleidingsfonds. Docenten kunnen ook een Lerarenbeurs aanvragen bij DUO. Sinds de start van het opleidingsfonds in 2008/2009 hebben 231 docenten hun masterdiploma behaald, waarvan 62 docenten de master Pedagogiek (MEd). 73 docenten zijn nog bezig met de masteropleiding.

Promoties

We stimuleren onze docenten om onderzoek te doen. Op 31 december 2017 waren in totaal 108 medewerkers bezig met promotieonderzoek. Promotietrajecten passen in de onderzoeksprogramma’s van de lectoraten en kenniscentra en sluiten aan op onze zwaartepunten. Ongeveer de helft van onze promovendi wordt begeleid door een promotor van de Rijksuniversiteit Groningen.

Jaarlijks kunnen structureel tien medewerkers een beroep doen op een interne subsidieregeling, die hen in staat stelt om gedurende vier jaar twee dagen per week aan een promotieonderzoek te werken. In 2017 maakten 79 medewerkers hier gebruik van. In 2017 zijn vijf medewerkers die gebruik maken van deze subsidieregeling gepromoveerd.

Jonge, talentvolle onderzoekers bieden we de gelegenheid om te promoveren door middel van een arbeidsovereenkomst voor de duur van het promotieonderzoek. De intentie hierbij is dat zij na hun promotie doorstromen naar een onderwijsfunctie. In 2017 maakten hiervan dertien jonge onderzoekers gebruik.

Ook zijn er medewerkers die externe financiering ontvangen voor hun promotieonderzoek. In 2017 hadden we hiervan zestien promovendi in beeld.

Internationalisering

In september 2017 is vanuit het strategisch fonds financiering toegekend aan een project dat vorm en inhoud gaat geven aan deskundigheidsbevordering op het onderwerp Internationalisering. In het najaar is het project Expertisecentrum Internationalisering van start gegaan.

Leidinggevenden

Het programma Vevio, thema: Lerende Organisatie

We hebben een workshop verzorgd over het thema De Lerende Organisatie voor het gehele management van de hogeschool. Doel van de workshop is het toepassen en doorleven van de leerprincipes van de lerende organisatie.

Onboarding

In het najaar van 2017 hebben we een vernieuwd inwerkprogramma ingevoerd voor startende leidinggevenden en programmamanagers. Vijftien deelnemers (elf actief, vier meelezend) hebben geparticipeerd in een programma van zes dagdelen. Het programma bestond uit kennisoverdracht, praktische handreikingen over werken met hogeschoolbrede systemen en intervisie over de dagelijkse praktijk. Op basis van de evaluatie en deelnemerservaringen hebben we plannen ontwikkeld om het programma meer blended te maken en meer onafhankelijk van plaats en tijd.

Handboek

Het Handboek werkwijze Hanzehogeschool Groningen bevat informatie over de werkwijze van onze hogeschool. Het is bedoeld voor (nieuwe) leidinggevenden en adviseurs, voor medezeggenschapsraden en opleidingscommissies, maar kan ook voor andere medewerkers nuttig zijn wanneer zij specifieke informatie zoeken over 'hoe iets binnen onze hogeschool werkt'. De inhoud van dit handboek wordt jaarlijks in september bijgewerkt.

Hanzehogeschool Leiderschapsprogramma

We hebben een nieuw leiderschapsprogramma ontwikkeld dat aansluit bij de ambities en  doelen van het strategisch plan Vernieuwing in Verbinding. Een uitdagende doelstelling in het strategisch plan is te komen tot een professionele leergemeenschap. Hiervoor is verbindend leiderschap gewenst. Dat vraagt van de leidinggevenden lef om in het nieuwe en onbekende te stappen, reflectie op eigen handelen en het ontwikkelen van (nieuwe) vaardigheden. Ook zullen we zich meer moeten toerusten om te sturen op de gewenste ontwikkeling van hun medewerkers en teams.

Het programma is via een bottum-up-benadering tot stand gekomen. Leidinggevenden hebben de uitgangspunten van het programma vastgesteld. Het programma kent drie leerroutes, met cross-overs:

  1. cultuurinterventies vanuit twee prototypes in de vorm van innovatieve learninglabs; 
  2. een cafetariamodel met een aanbod van proeverijen, workshops en trainingen;
  3. masterclasses.

Het geheel is digitaal ingebed in Blackboard. Dit digitale leerplatform faciliteert de leerroutes en biedt bij elk leertraject een aanbod van literatuur en beeldmateriaal.

In het najaar van 2017 hebben bijna 100 medewerkers (voornamelijk teamleiders) deelgenomen aan onderdelen van het Hanzehogeschool Leiderschapsprogramma. Alle deelnemers waren zeer positief over de verschillende onderdelen ervan.

Ondersteunend Personeel

OBP Leerlijn 21st-century skills

Er is een start gemaakt met het ontwerpen van een professionaliseringstraject voor ondersteunend personeel, en het creëren van draagvlak hiervoor. Het traject richt op 21st-century skills, met de focus op digitaal vaardig.

Overige doelgroepen

Taalstages

Samen met de gemeente Groningen, Noorderpoort en Alfa-college hebben we in 2017 een convenant gesloten over taalstageplekken. Elk jaar gaan we binnen onze hogeschool ten minste aan vijf statushouders een taalstageplek aanbieden. In 2017 zijn zes stages gestart. Ook is er een intervisiegroep van taalstagebegeleiders van start gegaan. Met de convenantpartijen voeren we regulier overleg.

WW/BW

In 2017 hebben in totaal 37 ex-medewerkers een WW-uitkering aangevraagd. Op 31 december 2017 ontvingen 26 ex-medewerkers nog een WW-uitkering.

Participatie MVO

Onze hogeschool voldoet ruimschoots aan de aantallen afspraakbanen die zijn vastgesteld in de Participatiewet. Op 1 december 2017 werken er vijftien medewerkers met 0,7 fte op afspraakbanen, waarvan twee medewerkers in vaste dienst. Daarnaast hebben in 2017 tien medewerkers met een doelgroepregistratie bij ons gewerkt. Hiervan zijn vier medewerkers dit jaar uit dienst gegaan. Van de overige zes medewerkers hebben drie een vast contract, twee een contract tot eind dit schooljaar en loopt er één een stage. Daarmee komen we voor 2017 op een totaal van 25 medewerkers, waarvan vijf in vaste dienst.

Arbeidsvoorwaarden

Beloning

Het percentage medewerkers dat werd bezoldigd in schaal 10 of hoger, is licht gestegen naar 71 procent eind 2017. 33 medewerkers ontvingen een arbeidsmarkttoelage. In totaal is een bedrag van 67.611 euro aan arbeidsmarkttoelagen uitbetaald.

Besteding middelen decentrale arbeidsvoorwaarden

De cao-hbo kent de bepaling dat elke hogeschool jaarlijks 1,41 procent van het getotaliseerd jaarinkomen beschikbaar stelt voor afspraken op het gebied van arbeidsvoorwaarden, of het verbeteren van bestaande regelingen die in het lokale cao-overleg worden gemaakt. In 2017 was ruim 1,81 miljoen euro beschikbaar. Tabel 6.5 geeft een overzicht van de besteding hiervan.


Besteding middelen decentrale arbeidsvoorwaarden   2016 2017
       
    135221604 140182787
  Grondslag: getotaliseerd
jaarinkomen
getotaliseerd
jaarinkomen
       
    REALISATIE REALISATIE
Baten      
Budget percentage 0 0
    € 1.906.625 € 1.976.577
Totaal Budget Decentrale arbeidsvoorwaardenmiddelen   € 1.906.625 € 1.976.577
       
Kosten      
Fietsregeling 01-01-08 - 31-08-17 € 82.722 € 25.725
Kinderopvang (afdracht aan Belastingdienst) doorlopend € 570.558 € 591.176
Ouderschapsverlof (betaald) doorlopend € 591.148 € 636.038
OV-regeling v.a. 1-1-2008 € 270.137 € 353.551
Stimuleringsbijdrage sport per jaar € 5.000 € 5.000
Woon-werkverkeer (12e maand) doorlopend € 50.534 € 67.657
Vitaliteit / Het Nieuwe Gezonde Werken   € 77.369 € 84.714
Fit for the Future: Werkplek+ 2018-2019-2020 € 0 € 0
Fit for the Future: Werkplezier in elke levensfase 2018-2019 € 0 € 0
Fit for the Future   € 121.582 € 0
HanzeFit (exploitatiekosten)   € 29.339 € 50.000
       
Totale kosten   € 1.798.389 € 1.813.861
       
Resterend budget per jaar € 108.236 € 162.716

Tabel 6.5 Besteding middelen decentrale arbeidsvoorwaarden

HRM-gesprekscyclus

De jaarlijkse HRM-gesprekscyclus bestaat uit een functioneringsgesprek, optioneel één of meerdere voortgangsgesprekken en een beoordelingsgesprek. In 2017 hebben we van 36,5 procent van de medewerkers die minstens zes maanden in dienst waren, een beoordelingsformulier ontvangen. Bij een derde van de medewerkers was sprake van een goede beoordeling. Slechts één medewerker (0,03%) heeft een onvoldoende beoordeling gekregen.

Beoordelingsgesprekken en resultaten 2016-2017   2015-2016 2014-2015 2013-2014 2012-2013 2011-2012
  Aantal % % % % % %
Aantal medewerkers 3692 100          
               
Gesprekken              
Beoordelingsformulier ontvangen 1348 36,5% 48,3% 38,8% 33,0% 33,0% 32,0%
Beoordelingsformulier (nog) niet ontvangen 2344 63,5% 51,7% 61,2% 67,0% 67,0% 68,0%
               
Resultaten              
Onvoldoende 1 0,1% 0,3% 0,7% 0,3% 0,5% 0,4%
Goed 1226 90,9% 92,1% 93,6% 95,9% 94,6% 95,8%
Uitstekend 62 4,6% 5,0% 5,5% 3,8% 4,9% 3,8%

Tabel 6.6: Beoordelingsgesprekken en resultaten, 2011-2017.

Seniorenregelingen

Vanaf 1 januari 2015 is de regeling Werktijdvermindering Senioren (WS-regeling) van kracht. De kosten van de regelingen bedroegen 0,95 procent van het getotaliseerd jaarinkomen (€ 140.182.787). Sinds de invoering van de nieuwe WS-regeling wordt minder gebruik gemaakt van deze faciliteit.


Seniorenregelingen Aantal deelnemers Totale kosten
Seniorenregeling Onderwijspersoneel 158 1070000
Werktijdvermindering Senioren 38 261000

Tabel 6.7: Seniorenregelingen, 2017

Beleid beheersing van uitgaven uitkeringen na ontslag

De Hanzehogeschool volgt als beleid ter beperking van de uitgaven Werkloosheidswet (WW) en Bovenwettelijke uitkering de door de CAO hierin dwingend voorgeschreven kaders. Voor de werknemer die met ontslag wordt bedreigd wordt in overleg tussen werkgever en werknemer een persoonsgebonden traject vastgesteld waarvan de kosten op grond van bijlage XI van de CAO hoger beroepsonderwijs voor rekening komen van de werkgever. Met het afgesproken re-integratietraject moet de kans op het houden van werk, zo mogelijk intern maar indien noodzakelijk extern zo groot mogelijk worden gemaakt. Hiermee worden de kosten voor WW en Bovenwettelijke uitkering actief beperkt. Het recht op deze trajecten geldt voor werknemers met een dienstverband met de hogeschool van meer dan twee jaar van wie vaststaat dat zij na afloop van het dienstverband recht hebben op een WW-uitkering en een bovenwettelijke aanvulling hierop. Dat wil zeggen dat voldaan moet worden aan in de WW gestelde weken- en jareneis.


Arbo- en Gezondheidsbeleid

Het Arbobeleid is in 2017 geactualiseerd en vastgesteld in het document ‘Grip op ARBO’.

Risico-inventarisaties en -evaluaties

Voor het uitvoeren van de risico-inventarisaties en -evaluaties (RI&E’s) is de branche-RI&E voor hogescholen (het Arbomanagementsysteem (AMS) via Zestor) geïmplementeerd. Dankzij deze branche-RI&E kunnen onze preventiemedewerkers de inventarisaties en evaluaties zelf uitvoeren, in samenwerking met de locatiemanagers en de arbo-adviseur.

Arboadviseur

De Arboadviseur is verantwoordelijk voor de regie en scholing van de digitale RI&E. De locatiemanager coördineert de RI&E in zijn domeinen. Kernpunten uit de RI&E zijn onder andere veiligheid, ontruiming, kennis van noodvoorzieningen en samenwerking met de BHV-organisatie. Ook is er aandacht voor kantoorinrichting, klimaat, ergonomische ontwikkelingen en nieuwe wetgeving.

De Arboadviseur neemt deel aan de expertgroep ‘Huisstijl en Inrichting’. Dit zorgt ervoor dat er bij nieuwbouw- en verbouwplannen aandacht is voor zowel arbeidsomstandigheden als welzijn. Ook maakt de Arboadviseur deel uit van de werkgroep risicoanalyse, voor het in kaart brengen en beheersen van de integrale veiligheid.

Voor ongeveer 200 medewerkers is in kaart gebracht wat de fysieke belasting is (op indicatie of preventief). De Arboadviseur heeft adviezen verstrekt over werkmethoden en gedragsveranderingen en er zijn werkplekken geoptimaliseerd. Aanvullend op het arbobeleid is de Arboadviseur betrokken bij aanbestedingen voor de inkoop van meubilair.

Gezondheid en inzetbaarheid

Gezondheidsmanagement en duurzame inzetbaarheid van medewerkers is belegd bij het stafbureau HR. Duurzame inzetbaarheid is een breed begrip. Binnen het Stafbureau HR zijn er meerdere teams bij betrokken, zoals het team Vitaliteit, Development & Innovatie en het team Organisatie & Ontwikkeling. We gaan uit van een gezamenlijk belang en eigen verantwoordelijkheid. De teams binnen het stafbureau HR ondersteunen de diverse organisatieonderdelen bij het optimaliseren van de gezondheid en inzetbaarheid van de medewerkers.

Het Nieuwe Gezonde Werken

Met het project Het Nieuwe Gezonde Werken richten we ons op het stimuleren van een actieve, gezonde leefstijl en vitaliteit bij onze medewerkers, zowel tijdens het werk als in privésituaties. Dat doen we onder andere door meer regie te voeren over de eigen gezondheid. Met dit project loopt onze hogeschool voorop in de eigen branche. In het project werkt het stafbureau HR samen met schools (Instituut voor sportstudies, Academie voor Gezondheidsstudies), lectoraten (HRM, Quantified Self Institute) en externe partijen (Pim Mulier, Livvit). In 2018 krijgt het project een vervolg, met een nieuwe opzet en met de focus op een groepsaanpak en dynamisch werken.

Werkbeleving medewerkers

In maart 2017 heeft 67 procent van onze medewerkers het Werkbelevingsonderzoek 2017 ingevuld. De respons was dit jaar 5 procent hoger dan in 2015.

Onze medewerkers scoren op tevredenheid gemiddeld een 7,1. In totaal is 77 procent van onze medewerkers tevreden of zeer tevreden over het werken bij de Hanzehogeschool. De score van 7,1 is hoger dan in 2015 (was 7,0) en even hoog als het landelijk gemiddelde in de benchmark. De tevredenheid ligt in de staven (score van 7,5) hoger dan in de schools (score van 6,9).