Bedrijfsvoering

Bestuur

Goed bestuur is de basis voor een gezonde bedrijfsvoering. Daarbij hechten wij veel waarde aan medezeggenschap.

Good governance

De Branchecode goed bestuur hogescholen omvat algemeen aanvaardbare uitgangspunten over de wijze waarop bestuur en toezicht daarop zou moeten plaatsvinden. De Hanzehogeschool streeft deze code na en heeft deze vertaald naar een Governance code HG waarin de verschillende elementen zijn uitgewerkt in een intern normenkader. In 2018 heeft de regiegroep Governance geïnventariseerd in welke mate het interne normenkader is uitgewerkt. Naar verwachting zal de regiegroep in de loop van 2019 komen met een definitieve rapportage

Medezeggenschap

De Hogeschoolmedezeggenschapsraad (HMR) is de centrale medezeggenschapsraad voor de hele Hanzehogeschool. Daarnaast heeft elke school een decentrale medezeggenschapsraad.

Het dagelijks bestuur van de HMR heeft structureel overleg met de voorzitters van de decentrale medezeggenschapsraden. Het doel van deze bijeenkomsten is elkaar informeren over de stand van zaken binnen de hogeschool en de rol van de medezeggenschapsraden daarbij. In 2018 heeft dit overleg drie keer plaatsgevonden.

Overleg met College van Bestuur

In 2018 stemde de HMR in met de begroting en een veelheid aan andere voorstellen. Er was regelmatig overleg met het College van Bestuur over de managementrapportages en diverse beleidsdocumenten.

De HMR heeft in 2018 verschillende gesprekken gevoerd met het College van Bestuur over het uitvoeren van het strategisch beleid voor de periode 2016-2020. Het is een uitdaging nader vorm te geven aan bijvoorbeeld de intentie om eigenaarschap van onderwijs bij de docent-onderzoekers te beleggen. Dit vraagt faciliterend leiderschap en vertrouwen in de professionals en hun professionaliteit. Bovendien vergt dit veranderingen van onderwijsteams. Werkdruk blijft een belangrijk issue voor de HMR.

Met het College van Bestuur is een aantal keren overleg geweest over de kwaliteitsafspraken die voor 2019 op de rol staan. Er zijn de komende jaren vele miljoenen beschikbaar om te investeren in de kwaliteit van het onderwijs.

Medezeggenschapsverkiezingen

In 2018 zijn verkiezingen gehouden voor de studentgeleding van de HMR en de medezeggenschapsraden van de schools. Het opkomstpercentage bij de verkiezing van de studentleden voor de HMR was lager dan vorig jaar: 19,7 procent. Landelijk is dit een hoog percentage voor verkiezingen van studenten in een medezeggenschapsraad in het hbo. De hoge opkomst was mede te danken aan een actieve campagne van de studentenfracties en de inspanningen van de verkiezingscommissie.

In- en extern overleg

De HMR had verschillende keren contact met de Raad van Toezicht en de centrale medezeggenschapsraden van de andere noordelijke hogescholen. Verder participeert de HMR in de landelijke vereniging van medezeggenschapsraden van hogescholen. De HMR had ook in 2018 overleg met de bedrijfsarts.

Overleg vakorganisaties

Het Overleg Vakorganisaties (OVO) is het overleg tussen het College van Bestuur en de vakorganisaties. Hierin wordt gesproken over zaken die betrekking hebben op de rechtspositie van het personeel van onze hogeschool. Een vertegenwoordiging van de HMR woont de vergaderingen van het OVO als toehoorder bij.

Zie bijlagen Bestuur & organisatie

Klachten en beroepszaken

In 2018 kwamen 236 beroepszaken of bezwaarschriften binnen bij het College van Beroep voor Studenten. In 2017 waren dat er 319.

De Commissie van Advies voor Beroep- en Bezwaarschriften voor het personeel kreeg in 2018 geen verzoek voorgelegd. In 2017 had de commissie één verzoek ontvangen.

Bij de Klachtencommissie Ongewenste Omgangsvormen is in 2018 geen klacht binnengekomen. In 2017 was er één klacht.

De Commissie Klokkenluidersregeling kreeg in 2018 net als in 2017 geen melding binnen.

In 2018 zijn er 38 overige klachten binnengekomen bij het Bureau Klachten en Geschillen. In 2017 waren dat 44.

Bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs zijn in 2018 naar aanleiding van uitspraken van het College van Beroep voor Studenten vier personen in beroep gegaan. Ook in 2017 waren dit vier personen.

Klachten en Beroepszaken

Klachten en Beroepszaken
  2018 2017 2016
College voor Beroep van Studenten 236 319 310
Commissie van Advies voor Beroep- en Bezwaarschriften - 1 2
Klachtencommissie Ongewenste Omgangsvormen - 1 1
Commissie Klokkenluidersregeling - - -
Overige Klachten 38 44 25
College van Beroep voor het Hoger Onderwijs 4 4 1

Bescherming persoonsgegevens

Het College van Bestuur heeft een zogenoemde Uitvoeringsregeling AVG vastgesteld, waarmee de toetsing van de rechtmatigheid van verwerkingen van persoonsgegevens eenduidiger en eenvoudiger wordt. Per domein zijn doelen en rechtsgronden geformuleerd. Het gaat om de domeinen Onderwijslogistiek en onderwijs, Onderzoek, Human Resource Management, Financiële Administratie, Zorg en Welzijn, Relatiebeheer, Beheer en beveiliging van informatie, Fysiek beheer en beveiliging, en Verenigingen, Stichtingen en Samenwerkingsverbanden.

In 2018 is geïnvesteerd in een vervolgproject Veilig met Informatie en Privacy (VIP). Daardoor zijn grote stappen gezet om ook decentraal de documentatie van persoonsgegevens op orde te krijgen. Bij de kenniscentra zijn Contactpersonen Verantwoorde Informatiehuishouding (CVI’s) benoemd om ook het domein Onderzoek compliant te krijgen. Voor onderzoeken waarbij persoonsgegevens worden verzameld, is een datamanagementplan ontwikkeld. Dit plan is een onderdeel van het register van verwerkingen van persoonsgegevens dat we moeten bijhouden. Alle CVI’s hebben deelgenomen aan een vervolgtraining AVG, uitgevoerd door de Rijksuniversiteit Groningen.

De registraties die in 2017 zijn gedocumenteerd, zijn intussen grotendeels beoordeeld op volledigheid, juistheid en rechtmatigheid. Daarvoor is voor een half jaar een trainee Privacy en Informatiebeveiliging aangesteld. Ook is er een Corporate Security Officer benoemd, die onder andere de Verwerkersovereenkomsten en de beveiliging van de dataopslag beoordeelt. Daarmee is de functiescheiding geborgd: de rol van Functionaris Gegevensbescherming is niet langer verstrengeld met de securitylijn.

Belangrijke externe ontwikkelingen

De aardbevingen die door de gaswinning worden veroorzaakt, bereikten in 2014 de stad Groningen en daarmee ook onze hogeschool. Ons standpunt is dat veiligheid altijd op de eerste plaats komt. We doen er alles aan om te zorgen dat er voor de studenten en medewerkers maximaal aan de veiligheidseisen wordt voldaan.

Aardbevingsbestendige gebouwen

Sinds 2014 onderhandelen we met de NAM, onder meer over de (ver)bouw van de gebouwen rondom de Van OlstToren aan het Zernikeplein 7. De voorbereidingen hiervoor werden eind 2014 stilgelegd om te bekijken of het toenmalige ontwerp aardbevingsbestendig was. Al snel bleek dat er op tal van punten aanpassingen nodig waren. Eind 2017 hebben we over de financiële consequenties hiervan met de NAM overeenstemming bereikt. In het voorjaar van 2018 zijn we gestart met de (ver)bouw, vier jaar na de geplande datum.

De Nationaal Coördinator Groningen heeft een opdracht verstrekt aan een constructeur om twee prioritaire panden van Academie Minerva te onderzoeken. Dit onderzoek is in het najaar van 2018 uitgevoerd.

Financieel beleid

Voor een gezonde financiële positie werkt onze hogeschool met een planning-en-controlcyclus per studiejaar. Deze cyclus is beleidsmatig opgezet. Alle ondersteunende processen zijn hierop ingericht en worden vanuit deze gedachte bestuurd.

Dankzij deze cyclus kunnen de onderwijsprocessen en de ondersteunende processen elkaar goed ondersteunen. De cyclus geeft voldoende bouwstenen voor de interne beheersing. Dit, aangevuld met goede financiële managementinformatie, zorgt ervoor dat onze financiële positie gezond blijft.

Financiële positie

Tegelijkertijd met de invoering van het leenstelsel heeft de minister een beroep gedaan op de onderwijsinstellingen om, vooruitlopend op de later vrijkomende middelen, alvast te starten met aanvullende investeringen in onderwijs en onderzoek. Onze hogeschool heeft hieraan gehoor gegeven. Door het uitkeren van de eerste tranche van het studievoorschot vanaf 2018 werken we in studiejaar 2018/2019 weer met een sluitende begroting. In de drie voorgaande jaren was sprake van tekortbegrotingen. Ons eigen vermogen is daardoor afgenomen, maar de solvabiliteit van de Hanzehogeschool blijft ruimschoots boven de norm van 30 procent. In de continuïteitsparagraaf is meer in detail weergegeven hoe deze investeringen invloed hebben op onze financiële positie.

Ons resultaat over 2018 was € 1,8 miljoen positief. Het resultaat is daarmee € 3,8 miljoen positiever dan de begroting, die een tekort van € 2 miljoen voorzag. Er zijn enkele belangrijke afwijkingen ten opzichte van de begroting. Er is voor € 12,7 miljoen aan extra baten gerealiseerd, waarbij de Rijksbijdragen € 8,7 miljoen hoger waren dan begroot. De personele lasten zijn ten opzichte van de begroting met € 7,8 miljoen overschreden als gevolg van extra inhuur van derden en een aanvullende dotatie aan de personele voorzieningen. Daarnaast is er een positief resultaat van € 1,8 miljoen gerealiseerd door de verkoop van het gebouw aan de Radesingel in Groningen.

Tenslotte is een belangrijke oorzaak dat we sturen op studiejaren en niet op kalenderjaren. De begroting voor 2018 is een technische uitwerking op basis van de studiejaarbegrotingen 2017/2018 en 2018/2019.

Als gevolg van bovenstaand resultaat over 2018 zijn ook de financiële kengetallen over 2018 gewijzigd. De solvabiliteit (inclusief voorzieningen) bedraagt per 31 december 2018 39 procent (in 2017: 40 procent). De solvabiliteit blijft daarmee boven de signaleringsgrens van OCW van 30 procent. De liquiditeit is per balansdatum ultimo 2018 gestegen van 77 procent naar 89 procent. Belangrijkste oorzaak hiervan is de uitbetaling van een tranche van de ultimo 2017 afgesloten nieuwe lening, die nog niet is gebruikt. In de jaarrekening wordt verder ingegaan op de cijfers ten opzichte van de begroting 2018.

Financiële risico’s

Onze hogeschool maakt gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de organisatie blootstelt aan risico’s op het gebied van markt, rente, kasstroom, krediet en liquiditeit. Om deze risico’s te beheersen, hebben we een beleid ontwikkeld inclusief een stelsel van limieten en procedures. Met dit beleid beperken we de risico’s van onvoorspelbare, ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten en daarmee de risico’s ten aanzien van de financiële prestaties van de organisatie.

De organisatie zet geen afgeleide financiële instrumenten in om risico’s te beheersen en maakt geen gebruik van derivaten.

De vorderingen uit hoofde van debiteuren zijn getoetst op inbaarheid en voor zover nodig geacht voorzien. Voor de kredietrisico’s inzake de overige vorderingen is geen voorzien opgenomen.

Het renterisico is beperkt tot eventuele veranderingen in de marktwaarde van opgenomen en uitgegeven leningen. Deze leningen hebben een vast rentepercentage over de gehele looptijd en worden tot het einde van de looptijd aangehouden. Ons beleid is om geen afgeleide financiële instrumenten te gebruiken om (tussentijdse) rentefluctuaties te beheersen.

De organisatie loopt geen significante liquiditeits- en kasstroomrisico’s.

Treasury

Ons treasurybeleid is vastgelegd in het Treasurystatuut. De doelstelling van het treasurybeleid is het borgen van de financiële continuïteit van de hogeschool en het minimaliseren van de financieringskosten, met behoud van onze financiële autonomie.

Ons treasurybeleid heeft de volgende uitgangspunten:

  • We hanteren een zodanige solvabiliteitsratio dat de toegang tot de kapitaalmarkt gewaarborgd is.
  • We houden een zodanige omvang van de liquide middelen en de kredietruimte aan dat we steeds aan onze kortetermijnverplichtingen kunnen voldoen.
  • Om de financiële continuïteit te waarborgen, moeten de financiële risico’s beheerst worden. Op het gebied van treasury gaat het om rente-, krediet- en valutarisico’s.

De treasury is als volgt georganiseerd:

  • Het College van Bestuur stelt het treasurybeleid vast en voert het uit.
  • Het Treasurycomité adviseert over de hoofdlijnen van treasurybeleid en het vaststellen van kaders.
  • De Raad van Toezicht houdt toezicht op het treasurybeleid en autoriseert uitzonderingen.

De verdere treasuryfunctie is binnen het stafbureau Financieel Economische Zaken ondergebracht.

Vanaf 2005 hebben we leningen afgesloten bij het ministerie van Financiën, het zogenaamde schatkistbankieren. Het doel is uiteindelijk zo efficiënt mogelijk te lenen, zodat er weinig overtollige liquiditeiten aanwezig zijn. Hierdoor blijven de rentekosten zo laag mogelijk.

In november 2017 zijn we bij het Ministerie van Financiën een aanvullende financiering overeengekomen van € 43,5 miljoen, in de vorm van een langlopende lineaire lening met een looptijd tot 2034. De lening is bestemd voor het financieren van de voorgenomen bouwwerkzaamheden. De eerste tranche van € 25 miljoen hebben we ontvangen in december 2017. In december 2018 hebben we de tweede tranche van € 7 miljoen ontvangen. Door het aangaan van de aanvullende financiering per ultimo 2017, zijn de financieringslasten over 2018 gestegen ten opzichte van voorgaande jaren. De rentebaten over 2018 zijn in lijn met voorgaand jaar, door een lage voorraad van liquide middelen en een blijvend lage rentevergoeding op de uitstaande tegoeden. Gedurende 2018 hadden we geen beleggingen uitstaan. Het beleid voor beleggen en belenen is vastgelegd in het Treasurystatuut en wordt door het Treasurycomité gevolgd.

In 2018 is het Treasurycomité meerdere malen bij elkaar geweest om de liquiditeit van de hogeschool te bespreken.

Huisvesting

In het nieuwe Strategisch Vastgoed en Huisvesting Plan (SVHP) Ruimte Voor Talent richten we ons op een andere aanpak, te omschrijven als ‘van foto naar film’. We willen onze huisvesting en vastgoedportefeuille meer ‘resilient’ maken, oftewel flexibel, wendbaar, veerkrachtig en voorbereid op de toekomst. Daarmee kunnen we sneller aansluiten op de behoefte van de gebruikers.

Het SVHP biedt daarom een flexibel instrumentarium, dat de juiste informatie oplevert voor het nemen van strategische besluiten. Zo kunnen we meebewegen bij groei en krimp en bij veranderingen binnen onderwijs en onderzoek. Dit heeft gevolgen voor de organisatie van het gebruik van ons vastgoed. Ook biedt het kansen voor samenwerken en gedeeld ruimtegebruik in een bepaald gebied en voor de sociale samenhang en beleving van de gebruikers. Het vraagt om samenhangend beleid vanuit vier invalshoeken: gebruik, gebied, gebouw en beleving. Belangrijk in deze aanpak zijn evaluaties samen met onze gebruikers. Het plan is eind 2018 ter vaststelling aangeboden aan het College van Bestuur.

Huisvesting in Zernikepark 10

In juli 2018 hebben we een onderwijspand van de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden (Zernikepark 10) aangekocht. Tijdens de zomervakantie is het gehele gebouw inpandig verbouwd en voorzien van een nieuwe inrichting. Zernikepark 10 wordt grotendeels gebruikt door de Digital Society Hub, een onderdeel van het Instituut voor Communicatie, Media & IT.

Nieuw- en verbouw Zernikeplein 7 (ZP7)

Met het nieuw- en verbouwproject van Zernikeplein 7 (ZP7) zetten we in op toekomstbestendige huisvesting in een inspirerende omgeving, De Van OlstToren en de gebouwen eromheen ondergaan een totale metamorfose door een combinatie van nieuw-, verbouw en renovatie. Er komen voorzieningen in zoals een conferentieruimte, mediatheek en een grand café. Het vernieuwde gebouw krijgt een oppervlak van bijna 31.000 m2. Het ontwerp van de nieuw- en verbouw van ZP7 is van de hand van JHK Architecten.

Al in oktober 2014 is gestart met de planvorming voor ZP7. Door het toenemende risico op aardbevingen zijn de oorspronkelijke plannen gewijzigd. In januari 2018 is aannemer BAM Bouw en Techniek gecontracteerd.

Door een gefaseerde aanpak in het bouwproces wordt het onderwijs niet verstoord. In de meivakantie van 2018 is het U-gebouw gerealiseerd. Deze tijdelijke huisvesting met een hoog kwaliteitsniveau en een opvallende oranje buitenschil, fungeert in de komende jaren als manoeuvreerruimte voor ZP7 en Zernike Campus. In de zomervakantie van 2018 is de A-vleugel van ZP7 gesloopt en zijn de onderwijsruimten, kantoorruimten en computerruimten uit deze vleugel verplaatst naar het U-gebouw. In september 2018 werd de eerste paal van de nieuwbouw ZP7 ceremonieel geslagen door het College van Bestuur. De beganegrondvloer is in oktober 2018 gelegd. Begin november is de stalen draagconstructie, het ‘skelet’ van de nieuwbouw, opgebouwd. Hierna werden de verdiepingsvloeren gelegd. De contouren van de nieuwbouw waren eind 2018 zichtbaar.

Project herinrichting Zernikelaan

In 2017 is het ontwerp voor de herinrichting van de Zernikelaan vastgesteld. Dit is een belangrijk onderdeel van het Masterplan herinrichting Zernike Campus. Met dit plan krijgen de Zernikelaan en de omgeving meer groen en een toegankelijke en verkeersveilige invulling.

Het ontwerp voorziet in een herinrichting van de Zernikelaan en van de aansluiting van de noordelijke ringweg op de Zonnelaan. Op de vernieuwde Zernikelaan worden verkeersmaatregelen genomen voor veiliger fietsen en een soepele doorstroom van autoverkeer. Verder komt er een gescheiden busbaan, een rijbaan en fiets- en voetpaden, met daartussen groenstroken. De kosten voor de herinrichting van de Zernikelaan worden gezamenlijk gedragen door de Hanzehogeschool, de gemeente Groningen en de Rijksuniversiteit. De start van de werkzaamheden is gepland in het eerste kwartaal van 2019. In 2022 moet de uitvoering gereed zijn.

Vooruitlopend op de herinrichting van de Zernikelaan is in oktober het fietspad Penningsdijk aangelegd. Een brug onder de Linnaeusborg (Rijksuniversiteit) verbindt het fietspad met het oostelijke deel van de Zernike Campus. Deze snelle fietsroute houdt de Zernike Campus goed bereikbaar voor de vele duizenden dagelijkse fietsers, ook tijdens alle verbouwingen die plaatsvinden en nog op stapel staan.

ZAP Groningen

Op de Zernike Campus is begin december de eerste paal geslagen voor een nieuwe faciliteit voor biobased onderzoek: ZAP Groningen. Ondernemers, (docent)onderzoekers en studenten gaan hier vanaf het studiejaar 2018/2019 aan het werk om innovatieve producten uit biomassa te maken.

ZAP (Zernike Advanced Processing) Groningen is een innovatiewerkplaats met onder meer kassen, laboratoria en hightech apparatuur. Onze hogeschool is penvoerder en samen met de provincie Groningen en SNN hoofdinvesteerder van ZAP Groningen. Er wordt nauw samengewerkt met Noorderpoort en de Rijksuniversiteit Groningen.

Informatievoorziening en informatisering

ICT speelt een onmiskenbaar grote rol in de manier waarop het onderwijs wordt vormgegeven en onze organisatie wordt ingericht.

Het Stafbureau Informatisering heeft een visie op digitalisering die ‘Onderwijs op maat’ wordt genoemd. Enerzijds is het noodzakelijk dat studenten persoonlijk de campus ervaren; anderzijds willen studenten en medewerkers beschikken over alle denkbare ICT-middelen om op eigen niveau, in een eigen gekozen tempo, niet afhankelijk van tijd, plaats of device, te kunnen studeren of werken. Dit vergt een optimaal ingerichte blended leeromgeving, maar ook docenten en medewerkers die met deze omgeving goed overweg kunnen.

De visie is vertaald naar zes doelen die leidend zijn voor onze activiteiten. Zo werken wij aan onderwijs op maat, onderzoek op de kaart, een optimale samenwerking, een efficiënte bedrijfsvoering, een stabiele- en up-to-date basis en veilig en professioneel gedrag.

Informatiebeveiliging en privacy

Om te voldoen aan de AVG, de Europese privacywetgeving die in mei 2018 van kracht werd, is voor ieder organisatieonderdeel vastgelegd welke persoonsgegevens worden geregistreerd, waar ze worden bewaard, wie er toegang toe heeft en hoe de beveiliging van deze gegevens is geregeld. Tevens is een nieuwe privacyverklaring vastgesteld en gepubliceerd op www.hanze.nl/privacy. Ook is Hanze Beveiligde Toegang ingevoerd, waarbij medewerkers van buiten kunnen inloggen met behulp van een gebruikersnaam, wachtwoord en hun mobiele telefoon.

Activerend onderwijs en studiesucces

We helpen docenten met activerend onderwijs en studiesucces. Hierin richten we ons op de digitale vaardigheden van docenten, de inzet van digitale tools in de lessen en het leerproces van de student. De lessen worden interactiever, met gebruik van online lesmateriaal, gedifferentieerd naar kennis en kunde van de student. Virtual Reality heeft zijn intrede gedaan in een aantal opleidingen en er is een proef gedaan met eStudybooks. De inspanningen rondom digitaal inleveren, nakijken en beoordelen worden voortgezet. Met het Digitaal Toets Centrum helpen we de docenten om de summatieve toetsen digitaal af te nemen en na te kijken.

Netwerken

Het computernetwerk is robuust uitgevoerd. In 2018 is de apparatuur van een van de datacenters verhuisd naar een nieuw en modern datacenter.

Diverse diensten zijn overgezet naar een netwerk dat via internet bereikbaar is (‘cloud’). Deze ontwikkeling is nog niet afgerond. Het maakt onze diensten flexibel, efficiënt en schaalbaar en draagt bij aan het tijd-, device- en plaatsonafhankelijk kunnen studeren of werken.

Begroting 2018/2019

We werken met een planning-en-controlcyclus op studiejaar en daarmee ook met een begroting op studiejaar. Sinds 2012 is er geen verplichting meer om met een kalenderjaarbegroting te werken. In dit jaarverslag geven we daarom een overzicht van de begroting over het studiejaar 2018/2019.

Door de uitkering van de eerste tranche van het studievoorschot vanaf 2018 werken we in 2018/2019 weer met een sluitende begroting. In de drie voorgaande jaren was sprake van tekortbegrotingen. Hiermee hebben we, vooruitlopend op de gelden van het studievoorschot, vanuit onze eigen reserves extra geïnvesteerd in onderwijs en onderzoek. Het eigen vermogen van de Hanzehogeschool is daardoor afgenomen, maar de solvabiliteit van de Hanzehogeschool blijft ruimschoots boven de norm van 30 procent.

Een belangrijk deel van de investering in onderwijs en onderzoek gaat naar IT-gebonden onderwijskosten. Studenten verlangen op ICT-gebied moderne middelen. Een onderdeel daarvan is blended learning waarin didactiek, ICT en faciliteiten dichter bij elkaar komen. Investeringen in IT zijn dan ook een integraal onderdeel van de innovatie van ons onderwijs en onderzoek en een voorwaarde om de komende jaren onze goede positie in het onderwijsveld te behouden.

Verder wordt in 2018/2019 geïnvesteerd in huisvesting, zoals vastgelegd in het Strategisch Huisvestingsplan. De voorbereidingen voor de nieuw- en verbouw van het Zernikeplein 7 zijn afgerond en in het voorjaar van 2018 is een start gemaakt met de bouwwerkzaamheden.

Vergelijking met begroting vorig jaar

De Hanzehogeschool besteedt in 2018/2019 € 14 miljoen meer dan in 2017/2018. We zetten deze middelen als volgt in:

  • we verhogen de budgetten voor schools met € 8,5 miljoen. Het budget per student stijgt daardoor met 3,2 procent. Ook compenseren we daarmee de verwachte loonstijging vanuit de cao;
  • we verhogen de reservering voor het Strategisch Fonds met € 1,5 miljoen;
  • we verhogen de budgetten voor staven en HG-Algemeen met € 3,8 miljoen, deels voor looncompensatie en deels voor dekking van autonome stijgingen (onder andere afschrijvingen van gebouwen door uitvoering van het strategisch huisvestingsplan en afschrijvingen van IT-investeringen);
  • we verlagen van de CSBR met € 0,5 miljoen voor financiering van lopende projecten. Voor nieuwe strategische projecten is het Strategisch Fonds bestemd;
  • we verhogen het budget voor onderzoek met € 1,5 miljoen;
  • verder dalen de bestemde reserves met € 0,8 miljoen.

  CvB gezamenlijk H.J. Pijlman P. van der Wijk L.J.M. Verhofstad Totaal
Overige kosten 1.361 3.533 1.569 2.738 9.201
Reis- en verblijfkosten binnenland   511 1.904 2.009 4.424
Reis- en verblijfkosten buitenland   801   5.567 6.369
Representatiekosten 834 215 597 1.399 3.045
Totaal 2.195 5.060 4.070 11.714 23.039

Toelichting:

De verantwoording is gebaseerd op het in 2018 vastgestelde declaratiereglement Hanzehogeschool Groningen. Deze is opgesteld conform Handreiking bestuurskosten declaraties 2016 (inclusief update 2018), welke vanuit de Vereniging Hogescholen is opgesteld en aan de minister van OCW aangeboden. Medio december 2016 heeft de minister de handreiking akkoord bevonden.

De vermelde bedragen hebben betrekking op declaraties ingediend gedurende het kalenderjaar 2018 danwel facturen die rechtstreeks door de Stichting Hanzehogeschool aan een leverancier van goederen of diensten zijn vergoed en de uitgaven die via een creditcard lopen.

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen bestuurskosten en organisatiekosten. Bij bestuurskosten gaat het om de kosten die direct aan de uitoefening van de bestuurstaak door de bestuurders gebonden zijn. Organisatiekosten omvatten alle kosten die voortvloeien uit de reguliere bedrijfsvoering van de organisatie. Indien kosten door twee of drie bestuurders gezamenlijk worden gemaakt, worden deze in de kolom ‘CvB gezamenlijk’ verantwoord. Daar waar de betreffende kosten betrekking hebben op meerdere personen of afdelingen, wordt enkel het collegedeel verantwoord.

In de jaarrekening staat het overzicht van de bezoldigingen van de leden van het College van Bestuur.

Continuïteit

In deze paragraaf geven wij weer hoe de hogeschool omgaat met de financiële gevolgen van het gevoerde en te voeren beleid. Daarmee geven wij ook inzicht in het verwachte exploitatieresultaat in de komende jaren en de ontwikkeling van onze vermogenspositie.

Tabel 6.2: Verwachte kengetallen studenten en personele bezetting, 2018-2023

Tabel 6.2: Verwachte kengetallen studenten en personele bezetting, 2018-2023
Kengetallen 2018 2019 2020 2021 2022 2023
Studentenaantallen (HO)            
-        Eerste instroom 7.677 7.611 7.610 7.547 7.444 7.290
-        Ingeschreven studenten 29.457 30.002 30.266 30.256 30.100 29.829
Personele bezetting (fte)            
-        Management/ directie 30 30 30 30 30 30
-        Onderwijzend personeel 1.512 1.540 1.554 1.553 1.545 1.531
-        Overige medewerkers 790 805 812 811 807 800

Studentenaantallen

Eind 2018 hebben we onze prognose voor de studentenaantallen bepaald. De instroom is in 2018 licht gedaald. We verwachten dat de bekostigde instroom in de komende jaren licht zal blijven dalen, gebaseerd op de CBS-prognose dat de bevolkingsomvang (met name in de categorie 15- tot 25-jarigen) in Noord-Nederland gaat dalen. Verder gaan we uit van een gelijkblijvend marktaandeel. De afname van de instroom zal leiden tot een lager totaal aantal studenten. We verwachten dat dit cijfer zich de komende jaren beweegt rond de 30.000. Daarbij houden we rekening met de trends met betrekking tot uitval en diplomering. We hebben geen rekening gehouden met effecten van landelijke ontwikkelingen op het gebied van studiefinanciering, begrotingsbeleid en dergelijke.

Personele bezetting

De kengetallen van de personele bezetting van 2018 zijn gerealiseerde waarden. Op basis van de meerjarenontwikkeling van de personele lasten hebben we een inschatting gemaakt van het personele verloop in de jaren daarna.

Meerjarenbegroting

BALANS (in m€) 2018 2019 2020 2021 2022 2023
Activa            
Vaste activa            
Immateriële vaste activa  3   4   4   4   4   4 
Materiële vaste activa  134   143   148   156   157   155 
Financiële vaste activa  0   0   0   0   0 
   137   148   152   160   161   159 
Vlottende activa            
Voorraden  0   0   0   0   0   0 
Onderhanden werk
Vorderingen  5   5   5   5   5   5 
Liquide middelen  52   48   42   32   27   26 
   58   53   47   37   33   31 
Totaal Activa  195   201   200   198   194   191 
Passiva            
Eigen vermogen            
Algemene reserve (publiek)  62   62   62   62   61   62 
Algemene reserve (privaat)  4   4   5   5   5   5 
Bestemmingsreserve (publiek)  1   1 
   67   67   67   67   66   67 
Vreemd vermogen            
Voorzieningen  8   9   10   11   11   12 
Langlopende schulden  55   53   59   56   52   49 
Onderhanden werk  8   3   3   3   3   3 
Kortlopende schulden  57   70   62   62   62   60 
   127   135   134   132   129   124 
Totaal Passiva  195   201   200   198   194   191 

De komende jaren investeren we fors in materiële vaste activa. In de periode 2019-2023 geven we circa € 78 miljoen uit aan huisvesting. Dit is exclusief de extra investeringen als gevolg van het aardbevingsbestendig maken van gebouwen, waarvoor we een vergoeding van de NAM ontvangen. Door de toenemende digitalisering van onderwijs en onderzoek zullen we in de periode 2019-2023 ook circa € 35 miljoen investeren in inventaris, apparatuur en software. Het gaat daarbij zowel om vervanging als om uitbreiding.

In de periode 2019-2023 blijft het eigen vermogen stabiel, het uitgangspunt daarbij is werken met een jaarlijks sluitende exploitatie. Onze solvabiliteit, de verhouding tussen het eigen en totaal vermogen, blijft daardoor rond de 0,35 liggen. Hiermee blijven we boven de ‘hbo-minimumnorm’ van 0,30.

De algemene reserve privaat neemt licht toe als gevolg van verwachte groei van winst op contractactiviteiten. Met het programma HanzePro zetten we de komende jaren in op het vergroten van ons aanbod van onderwijs voor werkenden, zowel in de vorm van contractactiviteit als deeltijdonderwijs. De bestemmingsreserve betreft de reserve voor huisvestingsbeleid, deze valt in de komende jaren vrij.

Het niveau van de voorzieningen neemt naar verwachting nog toe, met name als gevolg van de invoering van de regeling duurzame inzetbaarheid en regeling werktijdvermindering senioren.

Onder de langlopende schulden zijn de langlopende leningen bij het ministerie van Financiën opgenomen. Dit betreft de twee lopende leningen van respectievelijk € 10 en € 13 miljoen, die in december 2020 en december 2025 moeten worden afgelost, en de in 2017 nieuw verstrekte lening van € 44 miljoen ten behoeve van de investeringen in huisvesting. Deze laatste lening wordt in gedeelten opgenomen, de eerste tranche in 2017, en met ingang van 2020 lineair in 15 jaar afgelost.

STAAT VAN BATEN EN LASTEN (in m€) 2018 2019 2020 2021 2022 2023
Baten            
Rijksbijdrage OCW  195   201   212   217   221   221 
Collegegelden  56   53   54   54   54   54 
Werk voor derden  5   5   5   5   5   5 
Overige baten  20   20   20   20   20   20 
   276   279   291   296   300   299 
Personele lasten            
Lonen en salarissen  185   184   194   198   203   203 
Overige personele lasten  24   28   29   29   29   28 
   208   212   222   227   231   231 
Materiële lasten            
Afschrijvingen  19   19   19   19   20   21 
Huisvestingslasten  16   18   20   20   20   17 
Inventaris, apparatuur en leermiddelen  9   9   8   8   8   8 
Administratie- en beheerslasten  13   13   13   13   13   13 
Overige lasten  7   7   8   7   7   7 
   65   66   68   68   68   67 
             
Saldo baten en lasten  3   1   1   1   1   1 
             
Saldo financiele baten en lasten  ‑1   ‑1   ‑1   ‑1   ‑1   ‑1 
             
Totaal resultaat  2   0   0   0   0   0 

Het uitgangspunt is werken met een sluitende exploitatie. Bij de baten is de verwachte ontwikkeling van de rijksbijdrage OCW gebaseerd op de nu bekende ontwikkelingen van studentenaantallen en macro-ontwikkelingen van het beschikbare budget voor het hoger onderwijs. De hoogte van de post collegegelden is gebaseerd op de geprognosticeerde ontwikkeling van de studentenaantallen.

Qua lasten hebben we bij de personele lasten, de huisvestingslasten en de overige lasten rekening gehouden met de extra kosten gerelateerd aan de extra investeringen in kwaliteit en deskundigheid van het personeel, de extra exploitatielasten die betrekking hebben op het strategisch huisvestingsplan en de investeringen in IT-projecten.

Risicobeheersing

Risicohouding

De Hanzehogeschool is, als maatschappelijke organisatie die bijdraagt aan de toekomstige carrière van ongeveer 30.000 studenten, risicoavers. Dit betekent dat (grote) risico’s niet willens en wetens actief worden opgezocht. Risicoavers betekent niet dat de Hanzehogeschool geen enkel risico loopt of dat risico’s nooit bewust worden gelopen, maar dat prudent met de ter beschikking gestelde middelen wordt omgegaan en dat inzichtelijk wordt gemaakt (veelal door middel van besluitvorming en periodieke informatievoorziening) welke risico’s worden gelopen. De ruim 3.300 medewerkers hebben een grote verantwoordelijkheid voor het dagelijks maken van de juiste afwegingen. Het bestuur onderkent dat zij dit alleen succesvol kunnen doen als risicomanagement niet een doel op zich is, maar een gedachtegoed waarmee het mogelijk wordt om expliciet nog meer inzicht en bewustzijn te creëren in de mate waarin de gestelde doelstellingen voor onze studenten worden gerealiseerd.

 

Aanpak risicomanagement

In het verslagjaar 2018 heeft het College van Bestuur vastgesteld dat risicomanagement integraal en expliciet ingepast moet worden in de bestaande planning & control-cyclus. Om dit te realiseren is in 2018 een plan van aanpak vastgesteld en is onder begeleiding van een externe deskundige gestart met de uitvoering van dit plan dat bestaat uit de volgende fasen:

  1. Visievorming met betrekking tot risicomanagement waarin de nadruk ligt op het expliciet maken van de strategische risico’s en daarbij behorende beheersingsmaatregelen.
  2. Uitwerking van een risicobeheersingskader waarin, gebaseerd op een algemeen aanvaardbaar model voor risicomanagement (COSO en handreiking risicomanagement van de Vereniging Hogescholen), operationele risico’s en daaraan gerelateerde beheersingsmaatregelen worden geïdentificeerd.
  3. Uitrol van risicomanagement bij de verschillende organisatieonderdelen waarin directeuren en deans primair verantwoordelijk zijn voor het managen van risico’s en waarin controllers zorgdragen voor het monitoren van risicomanagement.

In de loop van 2019 zal de eerste fase van het project worden afgerond en wordt gestart met de tweede fase. Het doel is om in 2020 risicomanagement te hebben uitgerold binnen de gehele Hanzehogeschool.

 

Geïnventariseerde risico’s

In het verslagjaar wordt via de periodieke rapportages inzicht gegeven in de (strategische) risico’s die de Hanzehogeschool loopt. Hierbij zijn de volgende risico’s geïdentificeerd, waarbij voor deze risico’s passende beheersingsmaatregelen zijn getroffen:

  • De Hanzehogeschool wordt geconfronteerd met (mogelijke) schade aan het vastgoed of persoonlijke ongevallen als gevolg van aardbevingen veroorzaakt door de gaswinning. Hierbij loopt de Hanzehogeschool een verhoogd risico op imagoschade.
  • De afgelopen jaren is sprake van toenemende inflatie op de bouwkosten als gevolg van economische groei. De Hanzehogeschool wordt niet volledig gecompenseerd voor deze inflatie.
  • Vanaf 2018 ontvangt de Hanzehogeschool studievoorschotmiddelen. Vanaf 2020 ontvangen we deze middelen alleen indien we kwaliteitsafspraken hebben gemaakt die zijn getoetst door de NVAO. Het is nog niet duidelijk hoe en in welke mate hierover verantwoording moet worden afgelegd en op welke wijze wordt vastgesteld dat deze afspraken zijn gerealiseerd.
  • De studentenprognose voorziet een daling van het totaal aantal ingeschreven studenten vanaf 2022. De studentenprognoses zijn gebaseerd op landelijke instroomramingen uit de referentieraming (ministerie van OCW), demografische ontwikkelingen op landelijk en regionaal niveau (CBS) en beleidsrijke aanvullingen vanuit de schools.
  • Op 15 mei 2019 heeft de Adviescommissie Bekostiging Hoger Onderwijs en Onderzoek (hierna: commissie-Van Rijn) het adviesrapport “Wissels om” aangeboden aan de minister van OCW. De commissie-Van Rijn doet in dit rapport onder andere een aantal voorstellen om de huidige bekostigingssystematiek aan te passen en een bedrag van 260 m€ in het hoger beroepsonderwijs te heralloceren. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor de hoogte van de rijksbijdrage van de HG vanaf 2020. 

Door de krapte op arbeidsmarkt is het lastig om mastergeschoolde docenten te werven, met name in de sector techniek.

Aardbevingsbestendigheid

In de balans van eind 2018 is ons vastgoed opgenomen voor een boekwaarde van 86 miljoen euro. We gaan er vanuit dat alle vormen van schade als gevolg van de aardbevingen vergoed worden door de NAM: dit is een continu onderwerp van gesprek met betrokken partijen, waaronder de NAM. In de waardering van het vastgoed per 31 december 2018 hebben we geen rekening gehouden met een impairment vanwege aardbevingsschade.

De aardbevingen hebben de volgende risico’s voor de waardering van ons vastgoed en de toekomstige bedrijfsvoering.

Vastgoed

  • Risico op afnemende leegwaarde doordat het sentiment over de bewoonbaarheid van de omgeving verandert (waardeschade). Dit is in aanvulling op de demografische ontwikkelingen in de regio.
  • Risico van directe fysieke schade aan het vastgoed (herstelschade).
  • Risico van verplichtingen tot het versterken van het vastgoed om deze aardbevingsbestendig te maken, in lijn met de Nederlandse Praktijkrichtlijn voor aardbevingsbestendig bouwen (versterkingsschade).
  • Risico van hogere bouwkosten voor nieuwbouwprojecten, zonder dat hier extra baten tegenover staan (bouwschade).

Bedrijfsvoering

  • Risico van extra kosten door verhoogde aandacht of extra te leveren inspanningen voor de exploitatie van het vastgoed en/of in de contacten met huurders, belanghebbenden, overheid en projectontwikkeling;
  • Risico van aansprakelijkheid bij persoonlijke ongelukken als gevolg van aardbevingsschade.
  • Risico van kosten om schade te beperken of voor noodvoorzieningen.
  • Risico van extra financieringskosten doordat we de kosten van reparaties of van schadebeperking moeten betalen voordat we de vergoeding hiervoor ontvangen.

Wij voeren continu fysieke inspecties uit om mogelijke schades aan ons vastgoed te inventariseren. In principe worden herstel- en versterkingsschades direct door de NAM afgehandeld. Dit zou voor ons niet tot verdere kosten en uitgaande kasstromen moeten leiden. We hebben verder beoordeeld of we financieel in staat zijn om de gevolgen van de aardbevingsschade op te vangen, ervan uitgaande dat we eerst kosten moeten maken als gevolg van schadeherstel en -beperking en extra kosten in de bedrijfsvoering, voordat we de vergoedingen ontvangen. Naar de mening van het bestuur, met de kennis per balansdatum, is er geen aanleiding om te veronderstellen dat we hier niet toe in staat zijn. Een mogelijk lagere waardering van het vastgoed heeft geen direct effect op de leningsvoorwaarden en leidt niet tot directe opeisbaarheid van de financiering. We schatten dit risico voor de continuïteit op dit moment als laag in.

Helderheid

In het kader van de notitie Helderheid en de aanvulling daarop is een aantal extra gegevens opgenomen in dit jaarverslag. We onderschrijven onze verantwoordelijkheden zoals beschreven in de notitie.

 

Hieronder gaan we kort in op de negen thema’s die in de notitie helderheid voorkomen. Een deel hiervan is elders in dit jaarverslag al besproken. Voor de volledigheid gaan we hier op alle negen thema’s in:

  • Thema 1: Uitbesteding
  • Thema 2: Investeren van publieke middelen in private activiteiten
  • Thema 3: Het verlenen van vrijstellingen
  • Thema 4: Bekostiging van buitenlandse studenten
  • Thema 5: Collegegeld niet betaald door student zelf
  • Thema 6: Studenten volgen modules van opleidingen
  • Thema 7: De student volgt een andere opleiding dan waarvoor hij is ingeschreven
  • Thema 8: Bekostiging van maatwerktrajecten
  • Thema 9: Bekostiging van het kunstonderwijs

Uitbesteding

Binnen het initieel onderwijs worden alle opleidingen door onszelf of onder onze verantwoordelijkheid verzorgd. Op diverse fronten werken we samen met andere hogescholen, universiteiten en organisaties, maar daarbij is geen sprake van uitbesteding. Een voorbeeld hiervan is Kies op maat, zie onder thema 6.

Investering in private activiteiten

De rijksbijdrage van het ministerie van OCW en het collegegeld van de studenten wordt besteed aan het onderwijs en de ondersteunende activiteiten. Daarnaast is er sprake van een ‘derde geldstroom’. Deze bestaat uit de financiële bijdragen van bedrijven, instellingen en cursisten voor contractonderzoek en -onderwijs. We vinden het belangrijk om deze contractactiviteiten aan te bieden, zodat we als kennisinstituut nauwe relaties kunnen onderhouden met het werk- en beroepenveld. Het bevordert de kennisuitwisseling en innovatie en daarmee de kwaliteit van het onderwijs.

Sinds 2012 voeren we contractactiviteiten uit onder de naam Hanzehogeschool Groningen Professionals en Bedrijven, vanaf 2019 zal deze naam gewijzigd worden in HanzePro. Binnen de financiële vastlegging hebben we de scheiding tussen publiek en privaat voldoende gewaarborgd. De derde geldstroom is de financieringsbron van de contractactiviteiten waarbij deze activiteiten kostenneutraal moeten worden uitgevoerd. Het totaalresultaat van de private activiteiten over 2018 is met € 0,1 miljoen positief. Per saldo is het private deel van het eigen vermogen per eind 2018 € 4,5 miljoen positief. Binnen de contractactiviteiten hebben gedurende 2018 geen investeringen plaatsgevonden.

We hebben een budget voor sponsoring en aanverwante activiteiten, zoals bijdragen aan jubilea en giften aan instanties en goede doelen. Daarmee ondersteunen we regionale en maatschappelijke activiteiten, evenals activiteiten waaraan we zelf deelnemen. In 2018 hebben we circa € 150.000 besteed, onder andere aan de Stichting Keiweek (€ 30.000), het Confucius Instituut (€ 30.000), het Peter de Grote Festival (€ 25.000), 100 jaar van de Ploeg (€ 20.000) en Swinging Groningen (€ 12.000).

Het verlenen van vrijstellingen

In de Onderwijs- en examenregeling hebben we beschreven hoe een student de examencommissie kan verzoeken vrijstelling te verlenen voor het afleggen van een toets. Dat kan op grond van een toets die de student buiten onze opleiding met goed gevolg heeft afgelegd of op grond van kennis, inzicht en vaardigheden die de student buiten de opleiding heeft opgedaan. De examencommissie doet hiernaar een objectief onderzoek en stelt hiervan een verslag op. De examencommissie registreert de vrijstellingen die zij verleent.

Bekostiging van buitenlandse studenten

Dit onderwerp is bij ons niet van toepassing.

Collegegeld niet betaald door student zelf

In 2018 volgden 160 van onze medewerkers met een dienstverband een bekostigde opleiding binnen de eigen organisatie.

Conform de regelingen van het Profileringsfonds (WHW art 7.51), kunnen studenten die als gevolg van persoonlijke problemen studievertraging hebben opgelopen, bij het bestuur van het Profileringsfonds een aanvraag indienen voor een financiële vergoeding.

Studenten volgen modules van opleidingen

Onze hogeschool neemt deel aan Kies op Maat. Dit is een samenwerkingsplatform van hbo- en wo-instellingen dat studenten de mogelijkheid biedt om delen van hun opleiding bij een andere instelling te volgen. Voor de studenten zijn hieraan geen extra kosten verbonden. Zij nemen hieraan deel op basis van een Bewijs Betaald Collegegeld. De instellingen verrekenen onderling de kosten van deelname op basis van een vastgestelde prijs per EC. Het gaat hier als het ware om uitbesteed onderwijs; de student rondt de opleiding bij de eigen instelling af.

De student volgt een andere opleiding dan waarvoor hij is ingeschreven

Dit onderwerp is bij ons niet van toepassing.

Maatwerktrajecten

Als kennisinstelling worden wij door organisaties ingeschakeld om hun medewerkers verder op te leiden of bij te scholen. In de afgelopen jaren hebben we met een aantal organisaties overeenkomsten afgesloten. Hun medewerkers worden als student ingeschreven, al dan niet met extra faciliteiten. De werkgever voldoet het collegegeld. Met het UMCG hebben we een overeenkomst gesloten over het aanbieden van de opleidingen hbo-V3 en 4. Hieraan namen in 2017/2018 in totaal 37 studenten deel, over 2018/2019 zijn dit verdeeld over hbo-V1 t/m hboV-4 52 studenten.

Bekostiging van het kunstonderwijs

Voor het sectorplan Kunsten is op landelijk niveau onderzoek gedaan naar de bekostiging van kunstvakopleidingen. De landelijke afspraken worden zo veel mogelijk intern gevolgd en vertaald naar de budgetten van de kunstvakopleidingen binnen de Hanzehogeschool Groningen.

Personeel

Aan het eind van 2018 hadden we 3.348 medewerkers in dienst, die gezamenlijk 2.332 arbeidsplaatsen (fte) bezetten.

In 2018 is het aantal personeelsleden met 25 gestegen. Het aantal fte is in 2018 met 33 toegenomen. Dat de toename in aantal fte groter is dan de toename van het aantal personeelsleden, is te verklaren door tijdelijke uitbreidingen in de bestaande medewerkerspopulatie.

21 medewerkers (5,5 fte) zijn ingezet voor de sportvoorzieningen voor studenten en personeel van zowel de Rijksuniversiteit Groningen als onze hogeschool. Deze medewerkers zijn formeel in dienst van de hogeschool.

Uit tabel 6.1 blijkt dat het aantal vrouwen binnen onze hogeschool toeneemt, terwijl het aantal mannen afneemt. Verder nemen zowel de categorie 25 t/m 34 jaar toe als de categorie 45 t/m 64 jaar. Dit gegeven biedt mogelijkheden voor natuurlijke uitstroom in tijden van krimp en vraagt om een verdere analyse.

Personeel 2018   % 2017 2016
Totaal aantal medewerkers 3.348   3.323 3.280
         
Mannen 1.410 42,11% 1.429 1.409
Vrouwen 1.938 57,89% 1.894 1.871
         
Totaal aantal arbeidsplaatsen (fte) 2.332   2.299 2.252
         
Leeftijdsopbouw        
24 jaar en jonger 145 4,33% 160 180
25 t/m 34 jaar 472 14,10% 439 460
35 t/m 44 jaar 778 23,24% 780 750
45 t/m 54 jaar 999 29,84% 1.032 1.022
55 t/m 64 jaar 884 26,40% 846 822
65 jaar en ouder 70 2,09% 66 46

Tabel 6.1: Kengetallen personeel, 2016-2018

Formatie

Vaste en tijdelijke formatie

Eind 2018 was 86 procent van de arbeidsplaatsen vast en 14 procent tijdelijk. Daarmee is de tijdelijke formatie ten opzichte van vorig jaar gedaald (eind 2017 was dit 21 procent).

In- en uitstroom

In 2018 hebben we 676 medewerkers in dienst genomen. De instroom komt daarmee op 20 procent. Ten opzichte van 2017 is de instroom met 1 procent gedaald.

Daar staat tegenover dat 678 medewerkers uit dienst zijn getreden. De uitstroom bedraagt daarmee 20,25 procent (op peildatum 31 december 2018). Dit is nagenoeg gelijk aan 2017. Tabel 6.2 laat zien om welke redenen het dienstverband is beëindigd.

Reden einde dienstverband 2018   2017
  Aantal % Aantal
Einde contract 542 79,94% 565
Op eigen verzoek 44 6,49% 58
(keuze-)Pensioen 37 5,46% 34
Wederzijds goedvinden 49 7,23% 14
Overleden 2 0,29% 2
Initiatief werkgever 1 0,15% 0
Blijvende arbeidsongeschiktheid 0 0,00% 3
Overig 3 0,44% 1
Tijdens proeftijd 0 0,00% 0
Eindtotaal 678 100% 677

Tabel 6.2: Reden einde dienstverband, 2018

Professionalisering

Professionaliseringsplan 2018-2020

In december heeft het College van Bestuur het Professionaliseringsplan 2018-2020 goedgekeurd. Dit plan is gebaseerd op de nieuwe cao voor het Hoger Onderwijs, die in het voorjaar van 2018 is vastgesteld. Kern van dit professionaliseringplan is volledige facilitering in tijd en geld voor scholingsactiviteiten die in het scholingsjaarplan zijn opgenomen.

Hanze PL Academy

In 2018 is de geheel vernieuwde Hanze PL Academy live gegaan. Op dit deel van ons intranet kunnen medewerkers nu een aanbod van ruim 80 modules vinden en zich daarvoor inschrijven. Gezocht kan worden op doelgroepen en op thema´s. Verder is er een ordening van leermodules in leerlijnen. Een leerlijn is een sequentie óf een keuzepalet van modules (uit één of meerdere thema’s) rondom een bepaald ontwikkeldoel voor een bepaalde doelgroep.

OBP-ontwikkeling

In 2018 is in het kader van dit project gewerkt aan het ontwikkelen van leerlijnen voor ondersteunend en beheerpersoneel (OBP) in functies tot en met schaal 9. De ambitie van het project is aandacht genereren voor (verdere) professionele ontwikkeling van deze medewerkers, zodat zij toegerust worden en blijven voor huidige en toekomstige taken.

Enkele belangrijke uitgangspunten zijn:

  • Leren is leuk!
  • Regie nemen op eigen loopbaan.
  • Klaar zijn of toegerust worden voor 2020 (in een professionele leergemeenschap kunnen werken).
  • T-shaped OBP-medewerkers.
  • Ontwikkeling 21st century skills (kader) met focus op digitaal vaardig.

Parallel aan de ontwikkeling van deze medewerkers wordt ook ingezet op de ontwikkeling van hun leidinggevenden, vanuit de optiek dat zij een cruciale rol spelen in het leerproces van hun medewerkers.

Beoogde uitkomsten:

  • OBP-teamleiders sturen meer en anders op ontwikkeling medewerkers.
  • OBP-medewerkers nemen regie op hun eigen ontwikkeling (bewustwording en actie).
  • Nieuw aanbod is beschikbaar en te gebruiken voor meerdere doelgroepen.

In november 2018 is gestart met twee pilotgroepen van OBP-medewerkers (30 personen) en hun leidinggevenden. Doel van deze pilots is gezamenlijk ontdekken hoe en wat medewerkers willen ontwikkelen en leren, als het gaat om hun eigen ontwikkeling en de ontwikkeling van hun teams. De opbrengsten van deze pilots zullen worden vertaald in leer- en ontwikkellijnen voor alle OBP-medewerkers in onze hogeschool. Leidinggevenden faciliteren dit proces, ondersteunen het actief en nemen hun rol als coach en begeleider van leer- en ontwikkelprocessen.

Professionaliseringsactiviteiten

Alle medewerkers

Tabel 6.3 geeft een overzicht van het aantal medewerkers dat in 2018 deelnam aan de verschillende scholingstrajecten.

Scholingstraject Aantal deelnemers 2018
Cambridge English 54
Cambridge English examen 22
Let your talent grow 7
Share your talent 8
Project Buiten *  
Presenteer jezelf 3
Een goed gesprek 7
Poster & Pitch 8
Worldlab 6
LinkedIn 7

Tabel 6.3. Deelname van medewerkers aan leer- en ontwikkelactiviteiten in 2018.

* Project Buiten, een project van Zestor, is bedoeld om professionals mogelijkheden en kansen te geven hun talenten te onderzoeken en verder te ontwikkelen door middel van uitdagende tijdelijke projecten (betaald) en stages (onbetaald) bij een andere hogeschool.

Onderwijsgevenden

Onderwijsgevenden
Scholingstraject Aantal deelnemers 2018
BDB regulier 60
BDB vernieuwd Pilot 8
BDB Bekwaamheidsprocedure 8
Klaar voor de start 31
Intervisie Leren en Werken in een IWP 6 (pilotgroep)
  6 (tweede groep)
Breinleren 6
Worldlab 6
LinkedIn 7

Tabel 6.4. Deelname van onderwijsgevenden aan leer- en ontwikkeltrajecten in 2018.

Masterscholing docenten

Voor docenten werd vanuit het opleidingsfonds van de Hanzehogeschool Groningen sinds schooljaar 2008/2009 jaarlijks budget beschikbaar gesteld voor het volgen van een masteropleiding. Deze financiering is na het schooljaar 2017/2018 beëindigd. In het schooljaar 2016/2017 is de laatste groep docenten gestart met een masteropleiding die (deels) wordt gefaciliteerd vanuit het opleidingsfonds. Docenten kunnen voor het volgen van een masteropleiding ook een Lerarenbeurs aanvragen bij DUO.

In totaal hebben 248 docenten hun masterdiploma behaald met facilitering vanuit het opleidingsfonds. Daarvan hebben 67 docenten de master Pedagogiek van de Hanzehogeschool en NHL Stenden gevolgd (MEd). 50 docenten zijn nog bezig met de masteropleiding.

Onderzoekers

Promoties

Wij stimuleren onze docenten om onderzoek te doen. Op 31 december 2018 waren in totaal 116 medewerkers bezig met promotieonderzoek. Promotietrajecten passen in de onderzoeksprogramma’s van de lectoraten en kenniscentra, en sluiten aan op de zwaartepunten van de hogeschool.

De promovendi maakten in 2018 gebruik van de volgende regelingen:

  • Jonge Promovendi regeling: 14;
  • Tweede-dag-subsidie Hanzehogeschool: 80 (waarvan 24 personen ook de derde-dag-subsidie van de Rijkuniversiteit ontvingen);
  • Overig: 22 (waarvan 7 ook derde-dag-subsidie van de Rijksuniversiteit).

In 2018 hebben negen promovendi hun promotieonderzoek afgerond.

Coaching promovendi

In 2018 is een coachingsaanbod ontwikkeld voor medewerkers die bezig zijn met een promotietraject. Het betreft coaching op het gebied van persoonlijke effectiviteit. Deze coaching zal via de Hanze PL Academy worden aangeboden. De eerste gesprekken hierover zijn reeds gevoerd.

Leidinggevenden

Leiderschapsprogramma

In 2018 hebben ongeveer 70 leidinggevenden deelgenomen aan de verschillende onderdelen van ons Leiderschapsprogramma. De onderdelen zijn:

  • Leidinggeven met Lef
  • Leidinggeven aan leren
  • Deep democracy
  • Waarderende gespreksvoering
  • Duurzaam Inzetbaar met het Huis van Werkvermogen (pilot)
  • Coaching en individuele opleidingen (maatwerk)

Lerende Organisatie

In 2018 is op de twee strategische managementdagen aandacht besteed aan het thema Lerende Organisatie.

In maart was het thema ‘Leren over Leren’, waarin zowel het leren van studenten als het leren van management aan bod is gekomen. Belangrijke thema’s op deze dag waren: vertrouwen op het eigen kunnen en de eigen verantwoordelijkheid, en veiligheid om te mogen leren en fouten te mogen maken. Via presentaties en een markt met good practices uit de hogeschool is kennis uitgewisseld over leren, leervoorkeuren en leerklimaat.

In november was het thema ‘Onderwijsinnovatie en Organisatieontwikkeling’. Aan de hand van workshops gegeven door eigen teamleiders, is kennis en ervaring uitgewisseld op thema’s als zelforganisatie, de professionele leergemeenschap, innovatiewerkplaatsen en flexibilisering. Teamleiders hebben best practices gedeeld. Het leren van en met elkaar was een belangrijk onderdeel van de dag.

Ondersteunend Personeel

In 2018 hebben dertien medewerkers behorend bij het ondersteunend personeel deelgenomen aan het scholingstraject adviesvaardigheden.

Scholingstraject Aantal deelnemers 2018
Adviesvaardigheden (10de groep) 13

Tabel 6.5. Leer- en ontwikkeltrajecten 2018 OBP

Effectief Begeleiden van Verandering

In december is gestart met een pilot van het leertraject Effectief Begeleiden van Veranderen voor stafadviseurs. Het traject bestaat uit de deelmodules Veranderkracht en Veranderkunde. De deelnemers zijn twaalf stafadviseurs uit verschillende staven.

OBP-event What’s Up with your Learning?

In maart 2018 is, in het kader van het project OBP Ontwikkeling, een leerevent georganiseerd voor OBP-medewerkers tot schaal 9. Het thema was What’s up with your learning? Aan dit event hebben 200 medewerkers deelgenomen. De deelnemers konden diverse lezingen, workshops en masterclasses bijwonen en een informatiemarkt bezoeken rondom het thema Leren en Ontwikkelen. Enkele voorbeelden van workshops waren:

  • Talent aan het werk!
  • Professionele Identiteit.
  • Op weg naar werkgeluk.
  • Slim samenwerken met Teams (uit het Office-pakket).
  • Je inbox de baas.
  • Lean voor dummies / Lean Six Sigma.

Projecten

Project Activerend Onderwijs en Studiesucces

Binnen het project Activerend Onderwijs en Studiesucces hebben we een start gemaakt met het doorontwikkelen van de leermodules Klaar voor de Start en de BDB. Deze modules zijn meer tijd- en plaatsonafhankelijk gemaakt door een deel van de leerstof digitaal aan te bieden. Daarnaast bestaan de modules uit bijeenkomsten die een intervisie-karakter hebben en waarin samen geleerd kan worden aan de hand van concrete vraagstukken die docenten in hun werk tegenkomen. Momenteel wordt onderzoek verricht naar de effecten van de doorontwikkeling.

Internationalisering

In september 2017 is vanuit het Strategisch Fonds projectfinanciering toegekend aan een project dat vorm en inhoud gaat geven aan deskundigheidsbevordering op het onderwerp Internationalisering. In 2018 is in het kader van dit project gestart met de ontwikkeling van leerlijnen voor docenten/onderzoekers, supporting staff en management. Deze leerlijnen bevatten modules zoals Interculturele vaardigheden, Interculturele Didactiek, Taalvaardigheid en Kennis van het hoger onderwijs in Nederland en Europa. De geplande opleverdatum van de leerlijnen is eind februari 2019.

Project Taalstages

In het pilotproject Taalstages zijn vijf permanente taalstages gerealiseerd. In 2018 zijn twee nieuwe taalstagiaires begonnen. De pilotfase is afgerond per 1 januari 2019. In de loop van 2019 besluit de stuurgroep hoe het vervolg eruit gaat zien.

Netwerken en samenwerkingsverbanden

  • Mobiliteitsnetwerk Noorderlink
  • Scholenoverleg in Groningen Mbo, HBO
  • Mobiliteitsoverleg Zestor
  • Zestor en Hogescholenoverleg Eigen risicodragerschap WW/BW
  • Noorderlink, themagroep Leren en Ontwikkelen

Subsidies

Bij Zestor zijn vijf aanvragen ingediend en gehonoreerd voor leer- en ontwikkeltrajecten op het gebied van teamontwikkeling en aanspreekcultuur voor OBP-teams. Ook is een aanvraag gedaan en gehonoreerd voor RVO Praktijkleren.

Diversiteit en inclusiviteit

Man-vrouwverhouding

Het percentage vrouwelijke werknemers is één procentpunt gestegen ten opzichte van vorig jaar (van 57 naar 57,9 procent). Bij zeventien van de in totaal 25 organisatieonderdelen zijn vrouwen in de meerderheid. Dit betekent een groei ten opzichte van vorig jaar (toen waren het vijftien). Het percentage vrouwen in leidinggevende posities bedraagt 53 procent (het gaat om in totaal 112 medewerkers in leidinggevende functies op het niveau van schaal 13 en hoger). Dit is een daling ten opzichte van 2017 (58 procent) en 2016 (61 procent).

Seniorenregelingen

Vanaf 1 januari 2015 is de regeling Werktijdvermindering Senioren (WS-regeling) van kracht. De kosten van de regelingen bedroegen 0,95 procent van het getotaliseerd jaarinkomen (€143.408.327). Sinds de invoering van de nieuwe WS-regeling wordt van deze faciliteit minder vaak gebruik gemaakt.

  Aantal deelnemers Totale kosten
Seniorenregeling Onderwijspersoneel 108 771970
Werktijdvermindering Senioren 66 524177

Tabel 6.6: Deelname aan seniorenregelingen, 2018

Participatiebanen

Op 1 december 2018 waren er in onze organisatie 33 participatiebanen. Op dit moment worden er tien nieuwe participatiebanen voorbereid. In 2019 wordt onderzocht of het quotum van 55 participatiebanen per 1 januari 2019 is gerealiseerd. Hiervoor tellen ook participatiebanen bij toeleveranciers mee, sinds de invoering van de nieuwe wetgeving op het gebied van Social Return.

Medewerkers met een niet-Nederlandse achtergrond

Bij onze hogeschool zijn (op peildatum 31 december 2018) 171 medewerkers werkzaam met een niet-Nederlandse achtergrond.

Overig

WW/BW

In 2018 hebben in totaal 34 ex-medewerkers een WW-uitkering aangevraagd. Op 31 december 2018 hadden 48 ex-medewerkers een WW-uitkering. 24 medewerkers hadden in 2018 een BW-uitkering.

Besteding decentrale arbeidsvoorwaardenmiddelen

De cao-hbo kent de bepaling dat elke hogeschool jaarlijks 1,41 procent van het getotaliseerd jaarinkomen beschikbaar stelt voor afspraken op het gebied van arbeidsvoorwaarden. Het geld mag ook worden uitgegeven aan het verbeteren van bestaande regelingen die in het lokale cao-overleg worden gemaakt. In 2018 was ruim € 2,02 miljoen beschikbaar. In tabel 6.7 is te zien hoe in 2018 het budget is besteed.

    2017 2018
       
    140182787 143408327
  Grondslag: getotaliseerd
jaarinkomen
getotaliseerd
jaarinkomen
       
    REALISATIE REALISATIE
Baten      
Budget percentage 1,41% 1,41%
    € 1.976.577 € 2.022.057
Totaal Budget Decentrale arbeidsvoorwaardenmiddelen   € 1.976.577 € 2.022.057
       
Kosten      
Fietsregeling 01-01-08 - 31-08-17 € 25.725 € 0
Kinderopvang (afdracht aan Belastingdienst) doorlopend € 591.176 € 606.540
Ouderschapsverlof (betaald) doorlopend € 636.038 € 595.120
OV-regeling v.a. 1-1-2008 € 353.551 € 418.164
Stimuleringsbijdrage sport per jaar € 5.000 € 5.000
Woon-werkverkeer (12e maand) doorlopend € 67.657 € 72.967
Vitaliteit / Het Nieuwe Gezonde Werken   € 84.714 € 147.000
Fit for the Future: Werkplek+ 2018-2019-2020 € 0 € 170.000
Fit for the Future: Werkplezier in elke levensfase 2018-2019 € 0 € 63.000
Fit for the Future   € 0 € 0
HanzeFit (exploitatiekosten)   € 50.000 € 17.000
       
Totale kosten   € 1.813.861 € 1.941.791
       
Resterend budget per jaar € 162.716 € 80.266
  cumulatief € 609.520 € 689.786

Tabel 6.7: Besteding decentrale arbeidsvoorwaardenmiddelen, 2018

HRM-gesprekscyclus

De jaarlijkse HRM-gesprekscyclus bestaat uit een functioneringsgesprek, optioneel één of meerdere voortgangsgesprekken en een beoordelingsgesprek. In 2018 hebben we van 30,8 procent van de medewerkers een beoordelingsformulier ontvangen. Over het algemeen genomen hebben deze medewerkers een resultaat van voldoende/goed.

Sinds oktober 2018 bestaat de mogelijkheid de formulieren te uploaden in het digitale personeelsdossier. We verwachten daarom dat in 2019 een hoger percentage ontvangen formulieren wordt bereikt.

Beoordelingsgesprekken en resultaten   2017-2018 2016-2017 2015-2016 2014-2015 2013-2014 2012-2013
  Aantal % % % % % %
Aantal medewerkers 3348 100          
               
Gesprekken              
Beoordelingsformulier ontvangen 1033 30,80% 36,50% 48,30% 38,80% 33,00% 33,00%
Beoordelingsformulier (nog) niet ontvangen 2315 69,20% 63,50% 51,70% 61,20% 67,00% 67,00%
               
Resultaten              
Onvoldoende 6 0,60% 0,10% 0,30% 0,70% 0,30% 0,50%
Goed 963 93,20% 90,90% 92,10% 93,60% 95,90% 94,60%
Uitstekend 64 6,20% 4,60% 5,00% 5,50% 3,80% 4,90%

Tabel 6.8: Beoordelingsgesprekken en resultaten, 2012-2018

Recruitment

Gepubliceerde vacatures

In 2018 zijn in totaal 209 vacatures gepubliceerd, met een totale maximale omvang van 173,80 fte. Van deze vacatures zijn 81 intern gepubliceerd (op Hanze.nl-ingelogd). 14 van deze vacatures zijn ná de interne ronde ook extern gepubliceerd (op Hanze.nl-publiek, Noorderlink.nl en Werkenbijhogescholen.nl). 128 vacatures zijn direct extern gepubliceerd (waarbij medewerkers van onze hogeschool hun voorrangspositie in de vervulling van vacatures wel behouden).

Vervulde vacatures

In 2018 zijn in totaal 179 vacatures vervuld. 63 van deze vacatures zijn intern vervuld (door medewerkers van onze hogeschool) en 115 extern. De gemiddelde doorlooptijd (publicatiedatum tot vervuldatum) van deze vacatures was vijf weken.

Benoemde sollicitanten

In 2018 zijn in totaal 210 sollicitanten benoemd op vacatures bij de Hanzehogeschool. Het betreft 74 interne sollicitanten (al werkzaam bij de Hanzehogeschool), 22 semi-externe sollicitanten (werkzaam bij een Noorderlink-organisatie) en 114 externe sollicitanten.

Wervingskanalen

Van de in totaal 3.850 sollicitanten die in 2018 online hebben gereageerd op een vacature van de Hanzehogeschool, zagen 1143 sollicitanten (30 procent) de vacature als eerste op Hanze.nl (ingelogd en publiek). 1106 sollicitanten (29 procent) zagen de vacature als eerste op de website van Noorderlink en 1003 sollicitanten (26 procent) als eerste op Indeed. De overige sollicitanten hebben de vacature voor het eerst gezien via een ander wervingskanaal.

Beloning

Het percentage medewerkers dat werd bezoldigd in schaal 10 of hoger, is licht gestegen naar 71 procent eind 2017. 33 medewerkers ontvingen een arbeidsmarkttoelage. In totaal is een bedrag van € 67.611 aan arbeidsmarkttoelagen uitbetaald.

Verzuim

Maandelijks rapporteert Vitaliteit over het ziekteverzuim. De rapportage bevat onder andere het twaalfmaandsgemiddelde, het verzuimpercentage per maand en de ziekteverzuimfrequentie. Deze rapportage gaat elke maand vergezeld van een analyse en een advies.

Het gemiddelde verzuimpercentage bij onze hogeschool over 2018 was 3,95 procent (exclusief zwangerschap). De ziekmeldingsfrequentie bedroeg 0,76 keer. Het verzuimpercentage is sterk negatief beïnvloed door de griepepidemie tussen januari en april 2018. Hoewel de verzuimcijfers van de sector hbo over 2018 nog niet bekend zijn, lijkt dit vooralsnog tamelijk laag. De laatste maanden van 2018 laten een licht dalende trend in het verzuim zien.

Aandachtspunt blijft nog steeds het grote aandeel (mentale) verzuimgevallen veroorzaakt door burn out. Dit betekent dat er blijvend aandacht moet zijn voor het verlagen van de werkdruk en het verhogen van het werkplezier. De uitkomsten van de werkdrukexperimenten (Van werkdruk naar werkplezier) kunnen hierbij helpen. In december 2018 is ook een Inspiratieboekje Werkplezier voor medewerkers uitgebracht.

In juni 2018 zijn we gestart met trainingen voor leidinggevenden, met als titel Duurzaam Inzetbaar met het Huis van Werkvermogen. De pilot was bij het Facilitair Bedrijf. De visie op verzuim in het nieuwe verzuimbeleid (november 2018) laat ons anders kijken naar verzuim. Uitgangspunten zijn eigen regie (eigenaarschap) en de persoonlijke opvattingen en keuzes die bij verzuim een rol spelen.

We geloven dat wanneer leidinggevenden worden ondersteund in hun rol als casemanager bij verzuim in het voeren van het ‘moedige gesprek’, zij beter in staat zijn deze rol op een adequate manier op te pakken. De trainingen die worden gegeven door LTC Training (een zorgaanbieder van Livvit) worden de komende schooljaren in de gehele hogeschool geïmplementeerd zodat binnen de organisatie dezelfde taal en dezelfde aanpak ontstaat.

Arbobeleid

De uitvoering van de risico-inventarisaties en -evaluaties (RI&E’s) in 2018 wordt gecoördineerd door de Arboadviseur en uitgevoerd door de diverse organisatie-eenheden. Het betreft de digitale branche-RI&E voor hogescholen. De preventiemedewerkers van de diverse organisatie-eenheden kunnen de RI&E zelf en in samenwerking met de locatiemanagers uitvoeren. Binnen de hogeschool is de Arboadviseur verantwoordelijk voor de uitvoering van de RI&E. Kernpunten uit de RI&E zijn onder andere veiligheid, ontruiming, kennis van noodvoorzieningen en samenwerking met de BHV-organisatie. Ook is er aandacht voor kantoorinrichting, klimaat, ergonomische ontwikkelingen en nieuwe wetgeving.

Deelname van de Arboadviseur aan de expertgroep Huisstijl en Inrichting zorgt bij nieuwbouw- en verbouwplannen voor aandacht voor zowel arbeidsomstandigheden als welzijn. De Arboadviseur neemt ook deel aan de werkgroep Integraal veiligheidsmanagement, wat zorgt voor het in kaart brengen en beheersen van de integrale veiligheid.

Voor 136 medewerkers is fysieke belasting (op indicatie of preventief) in kaart gebracht met een Werkplekcheck. Daarbij zijn adviezen verstrekt over werkmethoden en gedragsveranderingen en is de werkplek zo goed mogelijk geoptimaliseerd volgens ergonomische richtlijnen.

De adviseur vitaliteit en de Arboadviseur zijn ook betrokken bij aanbestedingen van het facilitair bedrijf, bij de inkoop van meubilair.

Gezondheid

Duurzame inzetbaarheid is een belangrijk aandachtspunt voor het stafbureau HR.

Bij Duurzame Inzetbaarheid gaan we uit van een gezamenlijk belang en eigen verantwoordelijkheid. De teams binnen het stafbureau HR ondersteunen de diverse organisatieonderdelen zo integraal mogelijk bij het optimaliseren van de gezondheid en inzetbaarheid van de medewerkers.

Enkele regelingen zijn in 2018 gelanceerd, waaronder Werkplek+ en Werkplezier in elke levensfase. Deze regelingen worden volop benut en dragen bij aan een optimaal werkplezier. Bij de innovatiewerkplaats Healthy Workplace loopt momenteel een onderzoek naar het effect van Werkplek+.

Vanuit de Green Quest is het doel geformuleerd dat elke medewerker een gezond en duurzaam rolmodel is. Afgelopen jaar hebben tijdens de Dag van de Duurzaamheid in totaal negen medewerkers van onze hogeschool een speldje ontvangen van de Sustainable Development Goals , omdat zij voor anderen een rolmodel zijn op het gebied van duurzaamheid. Het streven is om in 2019 nog meer medewerkers te bereiken.

Verder is een brede werkgroep bezig De Vitale Hanze Werkomgeving zodanig te beschrijven dat kaders, proces en middelen duidelijk zijn. Vanuit deze werkgroep wordt samengewerkt bij het implementeren van deze werkomgeving.

Na het afronden van het succesvolle programma Het Nieuwe Gezonde Werken is, na een gedegen voorbereiding, in 2018 een start gemaakt met ‘Het Nieuwe Gezonde Werken 2.0’. Dit programma kent een andere opzet rondom het thema dynamisch werken (in groepsverband in combinatie met individueel). Deze nieuwe opzet is in samenwerking met externe partij Pim Mulier ontwikkeld. Bij twee onderzoeksvragen is samenwerking gezocht met het lectoraat Duurzaam HRM en de innovatiewerkplaats Healthy Workplace.